Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
voorhanden heeft gehad.
3.De bewijsmotivering
Wij kunnen alle soorten drugs leveren en hebben dit ook op voorraad.”. Verder bevestigde hij desgevraagd dat ze ook grotere hoeveelheden drugs verkochten en dat de koper hem altijd mocht appen voor het bestellen van drugs. [19] De man op de fatbike is door het observatieteam herkend als [medeverdachte 1] . [20]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte: