ECLI:NL:RBOVE:2025:6137
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Overijssel vernietigt UWV-besluiten over ZW- en WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs gefingeerd dienstverband
Eiser trad op 1 februari 2021 in dienst bij een ex-werkgever en werd op 1 maart 2021 ziek gemeld. Het UWV kende aanvankelijk een ZW-uitkering toe, maar stelde later een vermoeden van gefingeerd dienstverband vast en weigerde de uitkering, vorderde terugbetaling en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde in een eerdere uitspraak dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht en onvoldoende bewijs had geleverd dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking was.
In het bestreden besluit handhaafde het UWV zijn standpunt, onder meer gebaseerd op verklaringen van de ex-werkgever die slechts voor ontvangst waren getekend. De rechtbank overweegt dat deze verklaringen onvoldoende gewaarborgd zijn en dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen dienstbetrekking was. De omstandigheden rondom de werkzaamheden van eiser en zijn positie spreken niet tegen het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept eerdere besluiten en bepaalt dat het UWV aan eiser vanaf 1 maart 2021 een ZW-uitkering moet toekennen, de terugvordering vervalt en dat het UWV een nieuw besluit moet nemen over de WIA-uitkering. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het UWV-besluit en bepaalt dat eiser recht heeft op ZW-uitkering vanaf 1 maart 2021 en dat de terugvordering vervalt.