Partij A kocht een tweedehands Peugeot 308 van partij B voor €1.250. Kort na aankoop brandde een waarschuwingslampje, waarna partij A de auto liet onderzoeken. Hij stelde dat de distributieketting kapot was en eiste ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de aankoopsom en vergoeding van diverse kosten. Partij B betwistte het gebrek en verwees naar de garantiebepalingen en de aard van de auto als schadevoertuig.
De kantonrechter stelde vast dat het bewijs voor het gebrek onvoldoende was. De offerte van een garagebedrijf vermeldde herstelkosten, maar toonde niet aan dat de distributieketting daadwerkelijk kapot was of dat vervanging noodzakelijk was. Partij A werd opgedragen om nader bewijs te leveren.
De rechter overwoog dat het hier een consumentenkoop betreft met bijzondere wettelijke bescherming voor de koper. Tevens werd ambtshalve getoetst op oneerlijke bedingen in de koopovereenkomst. De procedure werd aangehouden totdat partij A het gevraagde bewijs kan overleggen.