Verzoeker houdt op zijn woonperceel een groot aantal kippen en hanen, wat door het college van burgemeester en wethouders van Twenterand is aangemerkt als strijdig met de bestemming 'karakteristieke woondoeleinden' in het omgevingsplan. Het college legde daarom een last onder dwangsom op om het aantal pluimvee te beperken tot maximaal 80 stuks, waaronder maximaal 4 hanen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang en de rechtmatigheid van het besluit voorlopig. Hoewel het college voldoende aannemelijk maakte dat het houden van het aantal pluimvee niet verenigbaar is met de woonbestemming, was de motivering van de hoogte van de dwangsom onvoldoende.
De dwangsom van €9.900,- ineens wordt als onevenredig beoordeeld, omdat het gehele bedrag verbeurd wordt bij een overschrijding van één dier, zonder inzicht in de verhouding tot het geschonden belang. De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en bepaalt dat het griffierecht aan verzoeker wordt vergoed.