ECLI:NL:RVS:2014:3857
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R. Uylenburg
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beperking aantal pluimvee op woonperceel in Vogelwaarde
Het college van burgemeester en wethouders van Hulst legde een last onder dwangsom op aan appellant sub 2 om het aantal volwassen pluimvee op zijn perceel te beperken tot maximaal 21 stuks, waaronder drie hanen. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant sub 1 en sub 2 ongegrond. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het gebruik van het perceel voor het houden van meer dan 21 pluimvee in strijd is met het bestemmingsplan 'Woondoeleinden (W)'. Hierbij werd rekening gehouden met de ruimtelijke uitstraling, ligging in een plattelandskern, omvang van het perceel en de nabijheid van woningen. Het feit dat het perceel al 28 jaar voor pluimvee werd gebruikt, rechtvaardigt geen afwijking van het bestemmingsplan.
Verder werd geoordeeld dat het handhavend optreden niet onevenredig is, gezien het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het college mocht de begunstigingstermijn opschorten tot twee weken na de uitspraak van de Afdeling, maar deze opschorting werd vernietigd omdat de termijn te lang was en het pluimvee verplaatst kon worden zonder onomkeerbare gevolgen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard, behalve het beroep tegen het besluit tot opschorting van de begunstigingstermijn, dat werd toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de handhaving van de beperking tot 21 volwassen pluimvee op het perceel en vernietigt het besluit tot opschorting van de begunstigingstermijn.