Uitspraak
WONINGSTICHTING VECHTDAL WONEN,
WONINGSTICHTING VECHTDAL WONEN,
2 De procedure
3.De feiten
Artikel 6. De algemene verplichtingen van de huurder
(…)
Rechtbank Overijssel
Vechtdal Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde 1 omdat zij niet haar hoofdverblijf in de sociale huurwoning had. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde 1 gedurende minstens vier maanden niet in de woning woonde, wat een tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. Hoewel ontbinding wordt uitgesproken, hoeft gedaagde 1 de woning niet te verlaten omdat haar echtgenoot, gedaagde 2, medehuurder is geworden en de woning blijft bewonen.
Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot betaling van een contractuele boete van €6.675,00 voor de periode van niet-bewoning, waarbij de kantonrechter oordeelt dat het boetebeding niet onredelijk bezwarend is. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens ontbreken van aanmaningen.
Tegen gedaagde 2 wordt de vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat hij niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft. Gedaagde 2 wordt beschermd als medehuurder. Proceskosten worden verdeeld conform de uitspraken. Het vonnis is gewezen door R.F. van Aalst op 28 oktober 2025.
Uitkomst: Huurovereenkomst met gedaagde 1 ontbonden, boete en proceskosten opgelegd; vordering tegen gedaagde 2 afgewezen.