ECLI:NL:HR:2009:BH0762
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens hennepkwekerij en rechtsgevolgen voor medehuurder echtgenote
WonenBreburg verhuurde een woning aan [verweerder 1], waarin in mei 2005 een hennepkwekerij werd aangetroffen. De huurder en [verweerster 2] hadden al een relatie en trouwden later. De huurovereenkomst werd ontbonden wegens ernstige tekortkoming van de huurder. De vraag was of de medehuurder-echtgenote, die medehuurder werd na het ontstaan van de tekortkoming, de huurovereenkomst kon voortzetten.
De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke regeling in art. 7:266 BW Pro niet meebrengt dat de medehuurder-echtgenote de huurovereenkomst voortzet als de oorspronkelijke huurovereenkomst wordt ontbonden wegens tekortkoming van de huurder vóór het huwelijk. Dit zou immers het doel van ontbinding ondermijnen.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin medehuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor tekortkomingen, ook als zij deze niet zelf hebben veroorzaakt. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof dat de medehuurder-echtgenote beschermde en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. De kosten van het cassatiegeding werden aan de verweerders opgelegd.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige tekortkoming van de huurder vóór het huwelijk leidt ertoe dat ook de medehuurder-echtgenote haar huurrechten verliest.