De rechtbank Overijssel behandelde een geschil over de omgangsregeling tussen een zevenjarige minderjarige en haar moeder, waarbij de vader de omgang bemoeilijkt vanwege zorgen over het cannabisgebruik van de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de benoeming van een bijzondere curator om de wensen van het kind in kaart te brengen en een advies uit te brengen over de omgang.
De vader verzet zich tegen de benoeming en stelt dat het verzoek onvoldoende feitelijke onderbouwing heeft en dat de benoeming zal leiden tot escalatie. De moeder ondersteunt het advies van de raad en benadrukt het belang van een psycholoog als bijzondere curator.
De rechtbank oordeelt dat ondanks een mogelijke belangenstrijd, de benoeming van een bijzondere curator geen nieuwe inzichten zal opleveren omdat de vader geen medewerking verleent en de curator daardoor zijn taak niet zinvol kan uitvoeren. De rechtbank handhaaft de zorg- en contactregeling vastgesteld door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de moeder twee keer per week begeleid contact heeft met de minderjarige.
De rechtbank benadrukt dat het middelengebruik van de moeder een belemmering vormt voor onbegeleid contact en dat de vader zijn weerstand tegen begeleiding moet loslaten om contactherstel mogelijk te maken. De kosten van de procedure worden door beide ouders zelf gedragen.