Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser ([eiser]),
Procesverloop
- een betaling van € 5.000,- door [eiser]; en
- het intrekken van alle lopende procedures.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser is eigenaar van een perceel waarop hij hobbymatig paarden houdt. Het college van burgemeester en wethouders van Losser heeft dwangsommen opgelegd wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waaronder het niet terugbrengen van een paardenstal tot de toegestane oppervlakte, het ontbreken van omgevingsvergunningen voor een paardrijbak en mestplaat, en de opslag van veevoer en materialen.
Eiser voerde aan dat het college haar verplichtingen uit een verkoopovereenkomst van een ander perceel niet is nagekomen, waardoor het verkrijgen van de benodigde vergunningen is belemmerd. Hij stelde dat het onevenredig is om de dwangsommen te innen. De rechtbank oordeelde echter dat de overtredingen zijn vastgesteld en niet zijn bestreden, en dat de omstandigheden onvoldoende zijn om af te zien van invordering.
Verder stelde eiser dat de dwangsommen te hoog zijn en dat het besluit in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, en dat de opslag van veevoer niet in strijd is met de bestemming. De rechtbank overwoog dat deze gronden al tegen het besluit tot oplegging van de dwangsommen hadden kunnen worden aangevoerd en daarom niet succesvol zijn tegen het invorderingsbesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het invorderingsbesluit en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het invorderingsbesluit van verbeurde dwangsommen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.