ECLI:NL:RVS:2024:846
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtredingen Woningwet en Bouwbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem legde appellant een last onder dwangsom op wegens overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit op een perceel te Oude Wetering. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat de last onduidelijk was en dat het onmogelijk was aan de last te voldoen. De last onder dwangsom werd echter in eerdere procedures onherroepelijk bevestigd.
Na controles in april en september 2018 constateerde het college dat appellant niet aan de last had voldaan. Het college besloot tot invordering van de dwangsom van €75.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat appellant in de invorderingsprocedure geen nieuwe gronden kan aanvoeren die al in de procedure tegen de last onder dwangsom aan de orde hadden kunnen komen. De Afdeling bevestigt dat niet volledig aan de last is voldaan, met name vanwege overtredingen van artikel 12 en Pro artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet en diverse artikelen van het Bouwbesluit. Ook acht de Afdeling geen bijzondere omstandigheden aanwezig om van invordering af te zien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom van €75.000 wordt bevestigd.