ECLI:NL:RBOVE:2025:6732

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/08/340072 / FA RK 25-2710
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding na gesloten opname zonder geldige zorgmachtiging

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 19 november 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om schadevergoeding van een verzoeker die zonder geldige zorgmachtiging op een gesloten afdeling was opgenomen. De verzoeker, geboren in Eritrea en vertegenwoordigd door curator RegioBalans B.V. en advocaat mr. N.P. Scholte, stelde dat hij immaterieel nadeel had ondervonden door de onterecht opgelegde verplichte zorg. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zorgmachtiging op 25 september 2025 was vervallen, waardoor de opname van de verzoeker zonder geldige titel plaatsvond. De rechtbank heeft de schadevergoeding vastgesteld op € 600,-, gebaseerd op vijf dagen opname zonder geldige titel, en heeft de verzoeker in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft de vordering van de verzoeker toegewezen en Dimence, de verweerder, veroordeeld tot betaling van het schadebedrag, vermeerderd met wettelijke rente. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er staat hoger beroep open tegen deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Zwolle
Zaak-/rekestnr.: C/08/340072 / FA RK 25-2710
Schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
Beschikking van 19 november 2025op het ingediende verzoekschrift van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] (Eritrea),
wonende en verblijvende bij [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker of betrokkene,
curator: RegioBalans B.V. te Arnhem
advocaat: mr. N.P. Scholte te 's-Hertogenbosch,
ter verkrijging van een beslissing over een verzoek om schadevergoeding door
Dimence Groep, Bureau Geneesheer Directeur,
gevestigd te Deventer,
hierna te noemen: verweerder of Dimence.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit:
 het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 24 oktober 2025;
 het verweerschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 6 november 2025.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2025 bij
de rechtbank Overijssel, Schuurmanstraat 2, 8011 KP Zwolle
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
 de advocaat van verzoeker;
 [naam], jurist Dimence te Nijmegen.
1.4
Op 12 november 2025 heeft [curator], curator van betrokkene, de rechtbank laten weten dat
hij niet bij de fysieke behandeling van de zaak aanwezig kan zijn.

2.Feiten

2.1
Op 3 september 2025 heeft de officier van justitie een verzoekschrift ingediend bij de
rechtbank Oost-Brabant tot het verlenen van een zorgmachtiging met betrekking tot betrokkene voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene verbleef ten tijde van indiening van dat verzoek in de PI te [locatie 1], maar werd kort daarna overgeplaatst naar de PI te [locatie 2]. Het verzoek werd overgedragen aan de rechtbank Gelderland. Per 25 september 2025 is betrokkene overgeplaatst naar de forensisch psychiatrische kliniek te [locatie 3], waar hij thans nog verblijft. Het verzoek werd andermaal overgedragen, nu naar de onderhavige rechtbank (Overijssel). Deze heeft op 30 september 2025 een (nieuwe) zorgmachtiging verleend voor de duur van 6 maanden.
3
Verzoek en verweer
3.1
Verzoeker heeft in het verzoekschrift gesteld dat hij immaterieel nadeel heeft ondervonden
doordat hij in spanning en onzekerheid heeft verkeerd over de behandeling van het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden en de voorgestelde vormen van verplichte zorg. Verzoeker is diverse malen overgeplaatst, wat extra spanning en onzekerheid met zich meebracht. De geplande mondelinge behandeling werd steeds verschoven omdat de zaak werd verwezen van de rechtbank Oost-Brabant naar de rechtbank Gelderland en ten slotte naar de rechtbank Overijssel.
3.2
Verzoeker heeft verder het volgende aangevoerd. Nu de vorige zorgmachtiging ten tijde van
de overplaatsing van betrokkene van de PI te [locatie 2] naar Dimence, locatie [locatie 3] was vervallen wegens overschrijding van de beslistermijn, is betrokkene tegen zijn wil en zonder geldige juridische titel overgeplaatst en aldaar op een gesloten afdeling opgenomen geweest. Betrokkene bevindt zich bovendien nu op een zeer grote afstand van zijn familie en vrienden in [plaats]. De advocaat van betrokkene was beschikbaar op alle drie, door de opeenvolgende rechtbanken voorgestelde data van mondelinge behandeling, maar deze werden steeds geannuleerd vanwege verwijzing naar een andere rechtbank. De vertraging kan niet aan betrokkene worden toegerekend.
3.3
Verzoeker verbleef zes dagen zonder geldige titel op een gesloten afdeling en ontving
verplichte vormen van zorg zonder geldige titel. Conform de oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorgzaken is betrokkene van mening dat hem een vergoeding toekomt van zes maal
€ 100,- per dag vanwege opname op een gesloten afdeling zonder geldige titel en zes maal € 20,- voor de overige verplichte vormen van zorg zonder geldige titel, dus in totaal € 720,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening verzoek, dan wel tot enig bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
3.4
Verzoeker verzoekt om, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Dimence te
veroordelen tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van € 720,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum indiening verzoek, dan wel tot enig bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
3.5
Dimence heeft in haar verweerschrift naar voren gebracht dat zij geen invloed of rol heeft
gehad op/bij de gestelde schade-oorzaken, zij heeft uitvoering gegeven aan geldige titels en verplichtingen en er is geen causaal verband tussen haar handelen en de gestelde schade. Voor overschrijding van de beslistermijn dient het verzoek aan de Staat te worden gericht. Eventuele vertragingen in de procedure en communicatie tussen ketenpartners kunnen niet aan Dimence worden toegerekend. Dimence heeft geconcludeerd dat het verzoek in zijn geheel moet worden afgewezen, nu Dimence geen verwijt kan worden gemaakt, geen wettelijke grondslag aanwezig is voor toekenning van schadevergoeding door Dimence en het verzoek bovendien is gericht tegen de onjuiste partij.

4.Beoordeling

4.1
De wet bepaalt in artikel 6:2 Wvggz dat de rechter zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie
weken na ontvangst van het verzoek uitspraak doet. Nu het verzoek is ingediend op 3 september 2025, had uiterlijk op 24 september 2025 uitspraak moeten zijn gedaan, maar dat is niet gebeurd. De rechtbank Overijssel heeft uitspraak gedaan op 30 september 2025. In lijn met het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1811) is de vorige zorgmachtiging op 25 september 2025 komen te vervallen (artikel 6:6 lid 2 juncto 6:2 lid 1, sub e Wvggz).
4.2
Wat er verder zij van de aangevoerde spanning en onzekerheid, die inderdaad meer passen
bij aansprakelijkheid van de officier van justitie of de Staat, heeft betrokkene zijn verzoek hoofdzakelijk gebaseerd op de stelling dat hij zonder geldige titel verplichte zorg heeft gekregen, met name opname op een zeer gesloten afdeling. Nu Dimence daarvoor verantwoordelijk was, heeft hij zijn verzoek in weerwil van haar verweer tot de juiste partij gericht. Ter zitting heeft Dimence alsnog de juistheid hiervan erkend.
4.3
Artikel 3:1 Wvggz noemt de grondslagen voor verlening van verplichte zorg. In dit geval
heeft Dimence verplichte zorg verleende op grond van een zorgmachtiging als genoemd in onderdeel a van dat artikel. Artikel 8.7, tweede lid van de Wvggz laat niet toe dat verplichte zorg wordt verleend zonder grondslag, in dit geval dus degene die hiervoor is genoemd. Zoals hierboven is overwogen, was die grondslag echter op 25 september 2025 (de dag na het verstrijken van de beslistermijn van drie weken en toevallig ook de dag waarop verzoeker naar een accommodatie van Dimence werd overgeplaatst) komen te vervallen.
Dit brengt mee dat het verweer van Dimence dat zij uitvoering heeft gegeven aan een geldige titel, niet opgaat. Voor zover van belang stelt de rechtbank vast dat Dimence wel invloed heeft gehad op het ontstaan van de schade, nu zij op het moment van de overdracht had kunnen zien dat de zorgmachtiging was verlopen. Het niet concreet onderbouwde verweer tegen een causaal verband wordt eveneens verworpen, nu overduidelijk is dat door dit onjuiste handelen van Dimence verzoeker zonder geldige titel op een gesloten afdeling opgenomen is geweest. Ook de juistheid van het voorgaande heeft Dimence ter zitting erkend. Vermoedelijk is binnen Dimence in deze, door alle overplaatsingen bijzondere, zaak niet goed op de termijnen gelet.
4.4
Wel stelt de rechtbank (ondanks het ontbreken van verweer van Dimence tegen het door
verzoeker genoemde aantal van zes dagen opname zonder geldige titel), gebruikmakend van haar bevoegdheid de schade naar billijkheid vast te stellen, het aantal dagen waarvan wordt uitgegaan zoals nader uiteengezet onder 4.1 op vijf. Op zijn beurt heeft verweerder ter zitting de juistheid van deze berekening erkend.
Nu voor het overige de schadeposten niet concreet zijn betwist en deze overeenkomen met die, genoemd in het ‘Overzicht oriëntatiepunten schadevergoeding in verplichte zorgzaken’ van de Expertgroep VZ, stelt de rechtbank de schade vast op 5 x € 100,- plus 5 x € 20,- = € 600,-.
Dimence heeft ter zitting nog laten weten dat zij het jammer vindt dat zorggeld hiernaartoe gaat. Het moet de rechtbank van het hart dat het vermoedelijk een stuk goedkoper zal zijn als Dimence in een vergelijkbaar geval zelf een schaderegeling treft.

5.Beslissing

De rechtbank:
veroordeelt Dimence tot betaling van een bedrag van € 600,- (zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoek, aan verzoeker
[verzoeker];
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025 door mr. A.L. Smit, rechter, in tegenwoordigheid van P.J. Soldaat, griffier.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open op grond van artikel 358 lid 1 Rv.
[zie HR: HR 14-10-2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7590]