Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van 14 mei 2025, met 1 productie,
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
19 november 2025.
Rechtbank Overijssel
Partij B heeft het dak van de woning van partij A gerenoveerd en een dakkapel geplaatst. Bij oplevering zijn gebreken vastgesteld die partij B zou herstellen. Partij A stelt dat niet alle gebreken zijn verholpen en vordert vergoeding van herstelkosten, terwijl partij B betaling van het onbetaalde factuurdeel eist. De rechtbank oordeelt dat partij B toerekenbaar tekortgeschoten is door drie gebreken die bij oplevering bekend waren niet te herstellen, maar niet aansprakelijk is voor later ontdekte gebreken.
De rechtbank stelt vast dat de dakkapel vergunningsplichtig is geworden door wijziging van locatie, maar dat partijen niet zijn overeengekomen dat deze vergunningsvrij zou zijn. Partij B hoeft de vergunning niet te verzorgen. Partij A mocht de laatste factuur deels opschorten vanwege de niet herstelde gebreken. De schadevergoeding voor herstel wordt vastgesteld op €4.209,68, terwijl partij A na verrekening nog €1.390,32 aan partij B moet betalen.
De rechtbank wijst de overige schadeposten toe die verband houden met de niet herstelde gebreken en wijst de vorderingen af die zien op nieuwe gebreken en bijkomende kosten. Het beroep van partij B op eigen schuld wordt verworpen. Partij A wordt veroordeeld in de proceskosten en beide partijen krijgen wettelijke rente toegewezen over de respectieve bedragen.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van €4.209,68 aan partij A voor herstel van gebreken, terwijl partij A na verrekening €1.390,32 aan partij B moet betalen voor het onbetaalde factuurdeel.