4.6.Op 7 december 2021 heeft Nobian een aanvraag ingediend voor het aanleggen van distributie- en transportleidingen in het projectgebied ten behoeve van de zoutwinning (hierna: het leidingentracé). Het leidingentracé verbindt de zoutwinningslocaties met elkaar, het pompstation en de zoutfabriek. Via de leidingen wordt water getransporteerd naar de putten en wordt pekel getransporteerd van de putten via pompstations naar de zoutfabriek.
5. Op de gronden waar de zoutwinningslocaties zullen worden gerealiseerd zijn van toepassing het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen”, het in 2017 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1” (hierna: het veegplan), het in 2000 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied” en het voorbereidingsbesluit “Stepelerveld”. Zoutwinning past niet in de (voornamelijk agrarische) bestemmingen die de gronden op basis van deze bestemmingsplannen en dit voorbereidingsbesluit hebben.
6. Het perceel waar het pompstation zal worden gerealiseerd heeft op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1” (hierna: het bestemmingsplan Stepelerveld) de bestemming “Bedrijventerrein” en de functieaanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.2”.
7. Een deel van de gronden waarin het leidingentracé wordt aangelegd, heeft op grond van het veegplan een archeologische dubbelbestemming. Op grond van de planregels is een omgevingsvergunning vereist voor het in deze gronden aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een diepte en met een omvang zoals hier aan de orde is. Voor het deel van het leidingentracé dat is gelegen in de gemeente Hengelo is bij besluit van 15 november 2021 een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo. Deze vergunning is onherroepelijk.
8. Met het bestreden besluit I heeft de staatssecretaris aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor de eerste fase van de mijnbouwinrichting. Deze vergunning ziet op de activiteiten “het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan”, “het oprichten en in werking hebben van een inrichting” en “het oprichten en in werking hebben van een mijnbouwwerk”, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c en e, van de Wabo. Daarbij heeft de staatssecretaris gebruik gemaakt van de bevoegdheid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo af te wijken van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen.
9. Met het bestreden besluit II heeft de staatssecretaris aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van het leidingentracé, voor zover dit is gelegen in de gemeente Haaksbergen. Deze vergunning ziet op de activiteit “het uitvoeren van een werk of werkzaamheden”, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo. De staatssecretaris heeft Nobian geen omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten “het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan” en “het vellen van een houtopstand”, omdat daarvoor geen vergunning nodig is.
10. Met een besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor de tweede fase van de mijnbouwinrichting. [eiseres] heeft geen beroep ingesteld tegen dit besluit.
Is voldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de waterhuishouding?
11. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding onvoldoende zijn onderzocht. Zij voert aan dat de zoutwinning leidt tot bodemdaling en dat de gevolgen daarvan zich niet beperken tot het bodemdalingsgebied. Volgens [eiseres] leidt bodemdaling tot vernatting in het bodemdalingsgebied en leidt deze vernatting tot verdroging van de hoger gelegen gebieden net buiten het bodemdalingsgebied. Dit komt bovenop de verdroging die nu al plaatsvindt als gevolg van klimaatverandering. [eiseres] voert aan dat in de jaren 2018 en 2019 op het landgoed al veel bomen dood zijn gegaan als gevolg van droge zomers. Volgens [eiseres] blijkt uit het rapport “Hydrologische effecten door bodemdaling, Zoutwinning Haaksbergen” van Royal Haskoning van 22 maart 2021 (hierna: het hydrologisch rapport van 2021) dat de zoutwinning zal leiden tot verdergaande verdroging. [eiseres] stelt dat dit ten koste zal gaan van de natuur en van de bomen op het landgoed in het bijzonder. [eiseres] voert aan dat het waterschap Vechtstromen (hierna: het waterschap) in beginsel negatief is over het hydrologisch onderzoek dat in 2021 is verricht en dat op advies van het waterschap aan de vergunning een monitoringsverplichting is verbonden. [eiseres] stelt dat verdroging van de bomen op het landgoed niet kan worden voorkomen door middel van monitoring, omdat daarbij een vergelijking wordt gemaakt met de gemaakte prognose en die prognose nu juist inhoudt dat de bomen dood zullen gaan. Verder voert [eiseres] aan dat de minister en Nobian weliswaar stellen dat uit het rekenmodel van het waterschap volgt dat het waterpeil ter plaatse van het landgoed minder dan 1 centimeter (hierna: cm) zal dalen, maar dat in dit model in de buurt van haar woning een rekenfout van 52 cm zit. [eiseres] is van mening dat ter plaatse had moeten worden bekeken wat de oorzaak van deze rekenfout is. Ten slotte voert [eiseres] aan dat in de dossiers niets is terug te vinden over verdroging en dat zij wisselende schattingen heeft gehoord over het peil.
12. De minister stelt zich op het standpunt dat het betoog van [eiseres] niet kan leiden tot het vernietigen van verleende omgevingsvergunningen. Daartoe voert de minister aan dat het uitvoeren van diepboringen en het aanleggen van het leidingtracé niet leiden tot bodemdaling. De minister wijst erop dat de zeer beperkte bodemdaling die wordt veroorzaakt door de zoutwinning en de gevolgen daarvan voor de waterhuishouding zijn beoordeeld in het kader van de instemming met het gewijzigde winningsplan en dat dit ook aan de orde komt in het kader van het bezwaar dat [eiseres] heeft gemaakt tegen het instemmingsbesluit. De minister erkent dat aan de randen van het bodemdalingsgebied verdroging kan optreden, maar stelt dat dit effect kleiner zal zijn dan 1 cm. Volgens de minister heeft klimaatverandering veel grotere gevolgen.
13. De rechtbank is van oordeel dat wat [eiseres] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding. Zij zal dit hierna uitleggen.