Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[partij A] V.O.F.,
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met daarin een (voorwaardelijke) eis in reconventie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
3.De feiten
[naam 1][rechtbank: [naam 1], medewerker bij [partij A]]
, jouw lijstje is niet compleet. Hieronder wat er nog moet gebeuren. Inmiddels accepteren we alle uitloop.(…)
We hebben er niet veel vertrouwen meer in dat in week 30 alles rond is. Daarvoor zijn de toezeggingen simpelweg te vaag.(…)
We gaan de laatste facturen pas betalen als alles af is en we overeenstemming hebben over het eindbedrag.” (…)
Wanneer [partij A] hier niet mee akkoord kan of wil gaan stellen we voor om tafel te gaan zitten om te bespreken hoe we de overeenkomst kunnen beëindigen en te bepalen op welk bedrag [partij A] dan nog recht heeft.”
Hierbij brengen wij u in rekening:
Hierbij stel ik [partij A] in gebreke met betrekking tot het niet tijdig en niet deugdelijk uitvoeren van de overeengekomen verbouwing van de woning aan [adres].
Je hebt niet gereageerd op onze ingebrekestelling. Ik stel voor de opdracht bij deze te annuleren.”
Voor jouw info en omdat je niet inhoudelijk gereageerd hebt op onze ingebrekestelling gaan we nu op zoek naar iemand die onze verbouwing wel tijdig, volledig en goed uitgevoerd kan afmaken.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
Ik stel voor de overeenkomst bij deze te annuleren.” Hoewel dit bericht als een voorstel kan worden gelezen, is de rechtbank van oordeel dat de formulering “bij deze annuleren” op geen andere manier kan worden uitgelegd dan dat [partij B] kennelijk de wens had de aannemingsovereenkomst per direct te beëindigen. Diezelfde dag, enkele uren later, volgt een e-mail van [partij B] waarin hij aangeeft dat omdat [partij A] niet op zijn e-mail van 5 augustus 2024 gereageerd heeft, hij op zoek gaat naar iemand die de verbouwing kan afmaken. De rechtbank is van oordeel dat in dat tweede bericht van [partij B], na het eerdere bericht met daarin de bewoording “annuleren”, de bevestiging van de opzegging van de aannemingsovereenkomst besloten ligt, door de mededeling dat [partij B] op zoek gaat naar een ander om de werkzaamheden af te maken. [partij A] mocht uit deze berichten dan ook afleiden dat [partij B] de aannemingsovereenkomst had opgezegd. Voor dit oordeel is verder ook nog van belang dat [partij B], in zijn e-mailbericht aan [partij A] van 19 juli 2024, al eerder de beëindiging van de aannemingsovereenkomst heeft genoemd, waarbij volgens [partij B] in dat geval gekeken zou moeten worden op welk bedrag [partij A] nog recht zou hebben. Dat bericht wijst ook in de richting van een opzegging. De rechtbank volgt [partij B] dan ook niet, waar deze verklaart dat hij die berichten stuurde in een uiterste poging om [partij A] in beweging te krijgen.