ECLI:NL:RBOVE:2025:7064
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken belanghebbende bij kapvergunning bomen in Enschede
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede om haar bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het kappen van 70 bomen kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Eiser stelt dat zij wel als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat zij zicht heeft op de te kappen bomen en belang heeft bij het behoud ervan.
Het college heeft toegelicht dat de bomenkap noodzakelijk is vanwege de sanering van de bodem en de herontwikkeling van het terrein. Het college stelt dat de gevolgen van de kap voor eiser dermate gering zijn dat zij geen persoonlijk belang heeft. De rechtbank toetst dit en concludeert dat de bomen waarop eiser zicht heeft niet tot de te kappen bomen behoren en dat de afstand en bebouwing het zicht op de te kappen bomen belemmeren.
Verder oordeelt de rechtbank dat het algemene belang bij CO2-opname en een gezonde leefomgeving niet leidt tot een persoonlijk belang. Hierdoor is eiser geen belanghebbende in de zin van de Awb en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van het college. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Rozeboom en griffier J.J. van Heijningen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.