ECLI:NL:RVS:2022:1832
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid appellant wegens ontbreken persoonlijk belang bij omgevingsvergunning bomenkap
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin zijn beroepen tegen omgevingsvergunningen voor het kappen van bomen in Tilburg ongegrond werden verklaard. Appellant is eigenaar van een pand nabij de kaplocaties en betoogde dat hij wel degelijk belanghebbende is vanwege zicht op de bomen, waardevermindering van zijn woning en het illegaal kappen voorafgaand aan vergunningverlening.
De Raad van State overweegt dat appellant onvoldoende zicht en afstand heeft tot de kaplocaties om gevolgen van enige betekenis te ondervinden. De ruimtelijke uitstraling van de kap en de effecten op het woon- en werkklimaat zijn te beperkt. Ook de gestelde waardedaling is niet aannemelijk gemaakt. Het feit dat de gemeente zonder vergunning begon met kappen biedt geen grond voor het oprekken van de kring van belanghebbenden.
Hierdoor is appellant niet belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en zijn bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen belanghebbende is.