ECLI:NL:RBOVE:2025:7280

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11833115 \ CV EXPL 25-2380
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BWArt. 6:228 BWArt. 6:265 BWArt. 6:266 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering op ontbinding overeenkomst EVC-traject wegens tekortkoming eiser

Eiser volgde bij QRM een EVC-traject en ontbond de overeenkomst omdat QRM het MBO4-examen niet meer kon realiseren. Hij vorderde terugbetaling van betaalde bedragen. De kantonrechter oordeelde dat QRM door opschorting van de verzilvering door ROC's niet aan haar verplichting kon voldoen, wat normaal ontbinding rechtvaardigt.

Echter stelde QRM dat eiser zelf als eerste tekortschiet door zijn portfolio niet tijdig af te ronden, waardoor hij niet rechtsgeldig kon ontbinden. Eiser voerde overmacht aan wegens burn-out, maar dit was pas laat bekend en onvoldoende onderbouwd. Ook was er geen sprake van onverschuldigde betaling of dwaling.

De kantonrechter wees de vorderingen af, oordeelde dat eiser de proceskosten moet betalen en bevestigde dat de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbonden is omdat eiser eerst tekortschiet.

Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen omdat hij als eerste tekortschiet en de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11833115 \ CV EXPL 25-2380
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. W. Boeters,
toevoegingsnummer: [nummer],
tegen
QRM B.V.,
te Deventer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: QRM,
vertegenwoordigd door [naam 1].

1.De zaak in het kort

[eiser] volgt bij QRM een EVC-traject. [eiser] heeft de overeenkomst met QRM ontbonden omdat QRM het MBO4-examen voor [eiser] niet meer kan realiseren. [eiser] vordert de door hem betaalde bedragen terug van QRM. De kantonrechter wijst de vorderingen af. Omdat [eiser] zelf als eerste is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting om het portfolio af te ronden, kan hij de overeenkomst niet ontbinden. Ook is er geen sprake van onverschuldigde betaling en/of dwaling. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de zitting zijn mr. W. Boeters en namens QRM de heer [naam 1] verschenen.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
3.1.
QRM is een bedrijf gespecialiseerd in bedrijfsopleidingen en trainingen.
3.2.
Op 21 september 2023 hebben partijen een overeenkomst gesloten voor een door [eiser] bij QRM te volgen EVC-traject Persoonlijk Begeleider Maatschappelijk Zorg MBO-niveau 4 inclusief diploma, tegen betaling van een totaalbedrag van € 4.464,90.
3.3.
De eerste termijn van € 2.232,45 voor de portfoliofase heeft [eiser] betaald aan QRM. De tweede termijn (voorafgaand aan het assessment en de verzilveringsaanvraag) heeft QRM nog niet bij [eiser] in rekening gebracht.
3.4.
In de overeenkomst is bepaald:
‘‘
Deportfoliofasekent een duur van maximaal 26 weken. Indien deze termijn wordt overschreden, zonder aantoonbare overmacht, dan brengen wij € 95,- (exclusief BTW) per maand in rekening voor iedere maand dat langer gebruik gemaakt wordt van het portfoliosysteem.
(…)

QRM verzorgt en begeleid mensen tijdens het gehele traject naar het diploma toe (tot de deur van de examencommissie). Het afgeven van het diploma is voorbehouden aan de officiële MBO en HBO instellingen.’’
3.5.
In de van toepassing zijnde algemene voorwaarden is opgenomen:
‘‘ARTIKEL 7 – Optioneel: VakbekwaamheidsBewijs (bedrijf- of Branche-erkenning) en/of hulp bij verzilvering
(…)
2. Hulp bij verzilvering MBO
a. QRM begeleidt ‘tot de deur van de examencommissie’.
(…)
ARTIKEL 10 – Tussentijds beëindigen overeenkomst
(…)
6. Indien de opdrachtgever 6 maanden na het tekenen van de offerte niet is gestart met de
procedure of de procedure nog niet heeft afgerond, zonder aantoonbaar overmacht, brengt
QRM hiervoor verlengingskosten in rekening. Deze kosten bedragen € 95,- (excl. BTW) per
maand voor iedere maand dat langer gebruik wordt gemaakt van ons portfoliosysteem.’’
3.6.
Op 23 november 2023 is [eiser] daadwerkelijk gestart met het traject bij QRM.
3.7.
Op 18 juni 2024 hebben [eiser] en zijn vaste EVC-adviseur [naam 3] met elkaar via WhatsApp als volgt gecommuniceerd:
‘‘[eiser]: Hallo [naam 2], hoelang had ik okalweer in totaal om mijn portifolio af te ronden?
[naam 3]: Je zit al over de tijd heen. Want na 6 maanden moet je extra betalen voor het gebruik van je portfolio
[eiser]: Ja dat weet ik, maar wat is hierna de maximale tijd waarin ik het af moet krijgen
[eiser]: Of is die er niet zolang ik betaal?
[naam 3]: Er is geen maximale tijd maar ik adviseer wel om focus te houden zodat wij het traject spoedig kunnen af ronden
[eiser]: Duidelijk dankje’’
3.8.
Op 23 september 2024 hebben [eiser] en [naam 3] met elkaar via WhatsApp de volgende berichten uitgewisseld:
‘‘[naam 3]: Hoever sta je ermee?
[naam 3]: Zullen we deze week een afspraak planne
[naam 3]: Je zit nu al minimaal 4 maanden over de tijd heen. Dat zijn al 4 * 95 euro extra kosten
[eiser]: Ja dat is goed’’
3.9.
Op 2 oktober 2024 heeft [eiser] QRM laten weten dat hij een burn-out heeft.
3.10.
Op 23 oktober 2024 en 30 oktober 2024 heeft [eiser] [naam 3] als volgt bericht via WhatsApp:
‘‘[eiser]: Hallo [naam 2], ik heb nog niet zoveel ingeleverd maar voor volgende week ga ik wel heel wat inleveren
[eiser]: [naam 2] is het goed als we het weer met een weekje uitstellen’’
3.11.
Op 8 november 2024 heeft de Examenkamer samen met Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) besloten tijdelijk alle registratieaanvragen met een EVC-certificaat op te schorten voor de EVC-standaard ‘Vakbekwame hbo Jeugd- en Gezinsprofessional’. Vervolgens hebben alle ROC’s de verzilvering (de beoordeling van de EVC-certificaten) opgeschort.
3.12.
Op 10 december 2024 heeft QRM bij [eiser] een bedrag van € 804,65 aan verlengingskosten in rekening gebracht.
3.13.
Op 31 december 2024 heeft [eiser] [naam 3] naar aanleiding van een betalingsherinnering via WhatsApp bericht dat hij de helft van het bedrag aan verlengingskosten heeft betaald. De andere helft zou hij zoals telefonisch afgesproken in januari betalen. Op 6 januari 2025 heeft [naam 3] [eiser] via WhatsApp bericht dat dit akkoord is.
3.14.
Op 29 januari 2025 heeft QRM het traject met [eiser] on hold gezet.
3.15.
Van 11 maart 2025 tot en met 7 mei 2025 hebben [eiser] en QRM met elkaar gecorrespondeerd, waarbij [eiser] heeft verzocht om ontbinding van de overeenkomst. Ook heeft hij verzocht om terugbetaling van de door hem betaalde bedragen. QRM heeft daarbij aangegeven dat het [eiser] is geweest die niet is verder gegaan met zijn portfolio.
3.16.
Op 27 mei 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] de overeenkomst ontbonden.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert - kort samengevat - dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
  • Primair voor recht zal verklaren dat de overeenkomst is ontbonden,
  • Subsidiair de overeenkomst zal ontbinden dan wel zal vernietigen,
  • QRM zal veroordelen:
- tot terugbetaling van een bedrag van € 2.232,45 (trajectkosten) en € 804,65 (verlengingskosten), totaal € 3.037,10,
- tot betaling van de wettelijke rente over € 3.037,10,
- in de buitengerechtelijke kosten van € 428,71 excl. btw,
- in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
QRM voert verweer. Volgens QRM moeten de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Ontbinding
5.1.
Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of de overeenkomst rechtsgeldig door [eiser] is ontbonden en of QRM het door [eiser] betaalde bedrag van € 2.232,45 (voor de portfoliofase) aan [eiser] moet terugbetalen.
5.2.
In beginsel geeft op grond van artikel 6:265 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een verbintenis aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
5.3.
Partijen verschillen van mening over de vraag wie als eerste toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst.
-
Tekortkoming aan de zijde van QRM
5.4.
[eiser] heeft gesteld dat QRM tekortgeschoten is in de nakoming van overeenkomst. QRM kan volgens [eiser] de essentiële verplichting uit de overeenkomst niet nakomen, te weten het realiseren van een MBO4-examen.
5.5.
QRM heeft aangevoerd dat zij een inspanningsverplichting heeft omdat bij haar geen examen wordt afgelegd. Zij biedt alleen de begeleiding daarnaar toe. Het examen, zo voert QRM aan, wordt afgelegd bij de ROC’s en het is dan ook aan de ROC’s of er een diploma komt. Sinds 8 november 2024 zijn echter alle registratieaanvragen met een EVC-certificaat opgeschort voor het traject dat [eiser] volgt. Vervolgens hebben ook alle ROC’s de beoordeling van de EVC-certificaten opgeschort. Tijdens de zitting heeft QRM toegevoegd dat sinds twee weken bekend is dat de ROC’s blijvend geen EVC-certificaten meer beoordelen. QRM beroept zich daarom voor haar verplichting uit de overeenkomst om de verzilvering te verzorgen voor [eiser], te weten de aanvraag die zij bij een ROC moet indienen, op overmacht.
5.6.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is tussen partijen dat het voor QRM door de opschorting van de beoordeling van de EVC-certificaten door de ROC’s niet langer mogelijk is om de EVC-certificaten te verzilveren. Omdat de verzilveringsaanvraag een onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen, kan QRM deze verplichting uit de overeenkomst niet nakomen. Deze omstandigheid komt niet voor rekening van [eiser]. In beginsel kan [eiser] dan ook de overeenkomst met QRM ontbinden.
-
Tekortkoming aan de zijde van [eiser]
5.7.
QRM heeft gesteld dat het [eiser] is geweest die als eerste is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst. [eiser] heeft zijn portfolio niet afgerond. Daardoor kon er geen assessment plaatsvinden en kon QRM geen verzilveringsaanvraag voor [eiser] verzorgen toen dit nog wel mogelijk was, aldus QRM.
5.8.
[eiser] heeft aangevoerd dat het voor hem niet mogelijk was om zijn verplichting uit de overeenkomst na te komen door een burn-out. [eiser] heeft zich in dit kader beroepen op overmacht.
5.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft QRM voldoende onderbouwd gesteld dat [eiser] geen opvolging heeft gegeven aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst, te weten het afronden van het portfolio. Tijdens de zitting heeft QRM naar voren gebracht dat de portfoliofase binnen drie maanden afgerond had kunnen zijn. [eiser] is in november 2023 met het traject gestart en dit betekent dat hij begin 2024 met zijn portfolio klaar had kunnen zijn. Nu ook QRM desgevraagd heeft toegelicht dat het hele traject binnen zes maanden afgerond had kunnen zijn, zou dit betekenen dat QRM de verzilveringsaanvraag had kunnen indienen voordat de ROC’s de beoordeling van de EVC-certificaten hebben opgeschort in november 2024. Dit alles heeft [eiser] onvoldoende weersproken. Daarbij heeft [eiser] ook onvoldoende duidelijk gemaakt waarom hij zijn verplichtingen uit de overeenkomst in het begin van het traject niet kon nakomen, terwijl dit wel op zijn weg had gelegen. De omstandigheid dat [eiser] te kampen heeft gehad met een burn-out is daarvoor onvoldoende. Dit is immers pas in oktober 2024 bekend geworden bij QRM en op dat moment liep het traject al bijna een jaar. Omdat [eiser] als eerste zijn verplichting uit de overeenkomst moest nakomen (het afronden van zijn portfolio), waarna QRM pas kon toekomen aan haar verplichting om het assessment te verzorgen en vervolgens de verzilveringsaanvraag, volgt de kantonrechter QRM in haar standpunt dat [eiser] als eerste toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst.
-
Geen ontbinding
5.10.
Tijdens de zitting is gebleken dat beide partijen niet van plan zijn om nog uitvoering te geven aan de overeenkomst. QRM kan immers de verzilveringsaanvraag voor [eiser] niet meer verzorgen en [eiser] gaat zijn portfolio niet meer afronden omdat hij, naar eigen zeggen, daar niets meer aan heeft. In dit geval heeft [eiser] echter enkel een verklaring voor recht gevorderd dat hij de overeenkomst heeft ontbonden dan wel dat de kantonrechter de overeenkomst zal ontbinden. Dit betekent dat de kantonrechter alleen hierover een beslissing kan nemen.
5.11.
Uit artikel 6:266 lid 1 BW Pro volgt dat geen ontbinding kan worden gegrond op een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis ten aanzien waarvan de schuldeiser ([eiser]) zelf in verzuim is. Daarvan is sprake, nu hiervoor is overwogen het [eiser] is geweest die als eerste is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst. Dat betekent dat [eiser] de overeenkomst niet rechtsgeldig kon ontbinden, zoals zijn gemachtigde bij brief van 27 mei 2025 heeft gedaan, omdat hij zelf in schuldeisersverzuim was. Ook zal de kantonrechter daarom de overeenkomst niet ontbinden, zoals [eiser] subsidiair heeft gevorderd. QRM hoeft dan eveneens niet het door [eiser] betaalde bedrag van € 2.232,45 aan hem terug te betalen.
De verlengingskosten hoeft QRM ook niet terug te betalen aan [eiser]
5.12.
[eiser] heeft gesteld dat hij de verlengingskosten onverschuldigd aan QRM heeft betaald. Er was volgens [eiser] sprake van overmacht aan zijn zijde - een burn-out - en op grond van artikel 10.6. van de algemene voorwaarden mag QRM dan geen extra kosten in rekening brengen.
5.13.
QRM heeft erkend dat zij de kosten niet in rekening zou brengen bij een burn-out, echter heeft QRM zich op het standpunt gesteld dat [eiser] haar niet heeft medegedeeld dat er sprake was van een overmachtssituatie. Ook is [eiser] volgens QRM akkoord gegaan met de extra kosten.
5.14.
De kantonrechter stelt voorop dat QRM tot en met december 2024 zeven maanden aan verlengingskosten in rekening gebracht bij [eiser] omdat hij langer dan zes maanden bezig is geweest met zijn portfolio. Hoewel de gemachtigde van [eiser] tijdens de zitting naar voren heeft gebracht dat [eiser] in september 2024 is uitgevallen op zijn werk, is de burn-out bij QRM pas op 2 oktober 2024 bekend geworden. Met de door QRM overgelegde WhatsApp-correspondentie heeft QRM voldoende onderbouwd dat [eiser] is gewaarschuwd dat hij extra kosten moest betalen. Op 18 juni 2024 heeft QRM gewezen op de extra kosten die zij in rekening moet brengen, waarop [eiser] heeft aangegeven dat dit duidelijk is. Ook op 23 september 2024 wijst QRM op de extra kosten, waarop [eiser] heeft aangeven dat dit akkoord is. Tussen partijen is niet in geschil dat vervolgens de burn-out een overmachtssituatie is op grond van de overeenkomst en artikel 10.6. van de algemene voorwaarden. Dit zou er in beginsel ertoe moeten leiden dat QRM vanaf 2 oktober 2024 niet langer verlengingskosten in rekening mag brengen bij [eiser]. QRM heeft zich echter op het standpunt gesteld dat zij [eiser] op dat moment de gelegenheid heeft gegeven om het traject ‘on hold’ te zetten (en daarbij geen verlengingskosten te rekenen) dan wel door te gaan. Volgens QRM heeft [eiser] zelf de keuze gemaakt om door te gaan. Hoewel [eiser] dit betwist heeft, blijkt uit de WhatsApp dat hij het traject wel heeft voorgezet. Eind oktober 2024 heeft [eiser] immers QRM tot tweemaal toe bericht dat hij weer wat gaat aanleveren voor zijn portfolio. Ook het feit dat [eiser] in zijn WhatsApp van eind december 2024 aan QRM nog spreekt over de betaling van de verlengingskosten in twee termijn, duidt erop dat [eiser] ervan uitging dat hij de kosten moest betalen nu hij zich verder niet meer heeft beroepen op een overmachtssituatie. Dit betekent dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de verlengingskosten zonder rechtsgrond heeft betaald, zodat van een onverschuldigde betaling als bedoeld in artikel 6:203 BW Pro geen sprake is. QRM hoeft dan ook het bedrag van € 804,65 niet terug te betalen aan [eiser].
Geen dwaling
5.15.
[eiser] heeft subsidiair nog gevorderd dat de overeenkomst moet worden vernietigd op grond van dwaling. QRM heeft voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst volgens [eiser] niet duidelijk gemaakt dat QRM de examinering niet zelf kan verzorgen. QRM heeft dit betwist.
5.16.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de overeenkomst alsmede uit artikel 7 lid 2 onder Pro a van de algemene voorwaarden voldoende blijkt dat de QRM de examinering niet zelf verzorgt, nu daarin valt te lezen dat QRM begeleid ‘tot de deur van de examencommissie’. Van enige onjuiste voorstelling van zaken zoals wel is vereist op grond van artikel 6:228 BW Pro is dan ook geen sprake. [eiser] kan zich dan ook niet op dwaling beroepen.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen
5.17.
Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten van QRM betalen
5.18.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [naam 1] namens QRM in persoon bij de mondelinge behandeling is verschenen, krijgt QRM een vergoeding van € 50,00 aan reis, verblijf, en verletkosten.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.