Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verdere procesverloop
- het verweerschrift van JbOv, met bijlagen, binnengekomen op 19 november 2025;
- de brief van mr. Sardjoe, met bijlagen, binnengekomen op 20 november 2025;
- de brief van mr. Schutte, binnengekomen op 21 november 2025.
2.De zelfstandige verzoeken van de moeder
3.Het standpunt van de vader
4.Het standpunt van JbOv
5.De verdere beoordeling
De kinderrechter ziet geen relevant verband tussen de door mr. Sardjoe besproken conclusie en de onderhavige zaak. [1] In de conclusie gaat de AG inhoudelijk in op het verzoek tot (wijziging van) de hoofdverblijfplaats en de betekenis van de eerdere afgegeven machtiging tot uithuisplaatsing. De machtiging tot uithuisplaatsing was in die casus al verleend (in een andere procedure), waarna vervolgens wijziging van de hoofdverblijfplaats werd verzocht. Het procedureel aspect met betrekking tot de connexiteit wordt niet besproken door de AG. De uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 december 2024 is naar het oordeel van de kinderrechter geen vergelijkbare situatie, omdat het in die uitspraak gaat over twee apart ingediende verzoeken en dus twee procedures die vanwege hetzelfde onderwerp tegelijk worden behandeld. [2]
7 november 2025 (en de herstelbeschikking van 17 juni 2025) heeft bepaald dat de vader met de kinderen moet terugverhuizen naar een woning in de omgeving van [woonplaats 1], is de tenuitvoerlegging van de beschikkingen geschorst door het vonnis van de rechtbank Overijssel van 31 juli 2025. Dit vonnis is bekrachtigd door het arrest van het gerechtshof van 18 november 2025. Zolang er in cassatie nog niet is beslist en de kinderen in [verblijfsplaats] verblijven, is JbOv naar het oordeel van de kinderrechter de aangewezen gecertificeerde instelling om uitvoering te geven aan de ondertoezichtstelling. In deze beslissing heeft de kinderrechter meegewogen dat JbOv al geruime tijd betrokken is bij de kinderen en de ouders. De complexe gezinssituatie en de vele juridische procedures die zijn gevoerd en nog gaande zijn over de kinderen, maakt naar het oordeel van de kinderrechter dat het niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is om op dit moment een andere gecertificeerde instelling aan te wijzen. De onduidelijkheid over de uitkomst van de juridische procedures leidt tot onrust bij de kinderen. Wijziging van de gecertificeerde instelling brengt nog meer onrust met zich mee voor de kinderen. JbOv ondersteunt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in deze situatie waarin het loyaliteitsconflict van de kinderen zich niet alleen richt op de ouders, maar ook op de keuze van de kinderen om op een groep te wonen in plaats van bij één van de ouders en de (eigen) keuze over waar zij moeten gaan wonen: [verblijfsplaats] of [woonplaats 1]. Keuzes die kinderen op deze leeftijd volgens de kinderrechter nog niet zouden hoeven te maken. Als [minderjarige 1] wordt toegelaten op zijn vorige school in [woonplaats 1], is zijn wens om op een groep in [woonplaats 1] te wonen. Als dit niet lukt, is zijn wens om op de groep in [verblijfsplaats] te blijven wonen. [minderjarige 2] is er nog niet over uit. Voor haar weegt mee welke beslissing [minderjarige 1] maakt over zijn woonplek. Daarnaast staat de betrokkenheid van JbOv niet in de weg aan het voeren van regie over contact tussen de moeder en de kinderen in [woonplaats 1].