Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,
Inleiding
- uitkering 1 (ZW) tot een brutobedrag van € 3.062,52;
- uitkering 2 (WAZO) tot een brutobedrag van € 8.634,90;
- uitkering 3 (ZW) tot een brutobedrag van € 24.965,13;
- uitkering 5 (ZW) tot een brutobedrag van € 21.579,38;
- uitkering 6 (WAZO) tot een brutobedrag van € 11.746,79.
- over de periode van 1 april 2022 tot en met 26 mei 2022 (deels dezelfde periode als uitkering 4) een WW-uitkering;
- over de periode van 27 mei 2022 tot en met 12 december 2022 (dezelfde periode als uitkering 5) een ZW-uitkering;
- over de periode van 3 december 2022 tot en met 21 maart 2023 (dezelfde periode als uitkering 6) een WAZO-uitkering;
- over de periode van 22 maart 2023 tot 27 juli 2023 (deels dezelfde periode als uitkering 7) een WW-uitkering.
Standpunten van partijen
Wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten 1, 2 en 3 ongegrond;
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten 4, 5, 6, 7 en 8 gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 4, 5, 6, 7 en 8;
- draagt het UWV op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren tegen de primaire besluiten 4, 5, 6, 7 en 8 met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan eiseres.