Uitspraak
1.De procedure
- het verweerschrift met producties van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling van 5 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van Vetech.
Rechtbank Overijssel
Vetech verhuurt een woning met garage aan [gedaagde] en stelt dat de huurtermijn van 1 jaar en 11 maanden is verlopen, waarna zij de woning ontruimd wil hebben. [gedaagde] betwist dit en stelt dat sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimumduur van vier jaar. De kantonrechter beoordeelt dat partijen weliswaar een tijdelijke huurovereenkomst beoogden, maar dat de wettelijke vereisten voor een tijdelijke huurovereenkomst niet zijn nageleefd, onder meer doordat de huurder niet tussentijds mocht opzeggen en de termijn korter is dan de besproken vier jaar.
De garage en woning worden als één zelfstandige woonruimte beschouwd, ondanks dat er twee contracten zijn opgesteld om huurtoeslag en contante betaling te regelen. De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst doorloopt voor onbepaalde tijd indien geen geldige opzegging plaatsvindt. Omdat Vetech geen wettelijke opzeggingsgrond heeft aangevoerd, is de opzegging niet rechtsgeldig.
Vetech vordert ontruiming en toegang tot het gehuurde, maar deze vorderingen worden afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige beëindiging van de huurovereenkomst. Vetech wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt en de opzegging niet rechtsgeldig is.