ECLI:NL:RBOVE:2026:1000

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_86
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar bleef het UWV bij dit besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Overijssel.

De rechtbank heeft een onafhankelijke verzekeringsarts ingeschakeld die concludeerde dat eiseres op 10 april 2024 lichte beperkingen had, passend binnen de functionele mogelijkhedenlijst, en in staat was passende arbeid te verrichten tot 40 uur per week. De deskundige vond geen aanwijzingen voor ernstige psychische of fysieke beperkingen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen.

Eiseres voerde aan dat zij meer klachten had en verwees naar medisch advies en haar onvermogen om een eenvoudige baan vol te houden. De rechtbank volgde echter de deskundige die stelde dat de beperkingen licht waren en dat eiseres al vanaf begin 2024 in staat was om te functioneren binnen de gestelde grenzen.

De rechtbank oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering door het UWV werd bevestigd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat zij niet voldoende arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/86

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. M. Inan),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV,
(gemachtigde: M.A. Kuilderd ).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft een deskundige (een verzekeringsarts) ingeschakeld en volgt de conclusies van deze verzekeringsarts. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.1.
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 6 mei 2024 heeft het UWV geweigerd om deze uitkering vanaf 10 april 2024 aan eiseres toe te kennen. Met het bestreden besluit van 29 november 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij deze weigering gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
1.4.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend en verzekeringsarts H.J. Hullen als onafhankelijk deskundige ingeschakeld. De deskundige heeft op 28 augustus 2025 een rapport uitgebracht. Partijen hebben gereageerd op het rapport van de deskundige. De deskundige heeft op 23 december 2025 aanvullend gerapporteerd. Eiseres heeft gereageerd op het nadere rapport van de deskundige.
1.5.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een extra zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarmee ingestemd. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Standpunten van partijen

Standpunt van eiseres
2. Eiseres stelt dat zij op 10 april 2024 meer klachten en beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen. Zij verwijst naar het medisch advies van 15 januari 2024 van de medisch adviseur J.P. Posthumus van Triage, dat in de letselschadezaak is opgemaakt. Verder blijkt dat uit het feit dat het eiseres 7,5 maand ná 10 april 2024 niet is gelukt om een eenvoudige baan als gastvrouw vol te houden.
Standpunt van het UWV
3. Het UWV stelt dat voldoende beperkingen zijn aangenomen. Het UWV verwijst daarvoor naar de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 28 november 2024.

Benoeming deskundige

4.1.
Om de vraag te kunnen beantwoorden of het UWV de beperkingen van eiseres juist in kaart heeft gebracht heeft de rechtbank een deskundige benoemd. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige, verzekeringsarts Hullen, heeft in zijn rapportage van
28 augustus 2025 geconcludeerd dat eiseres op 10 april 2024 de beperkingen had zoals weergegeven in de FML van 17 april 2024. Hij acht eiseres ook in staat om de geduide functies op 10 april 2024 te verrichten.
4.2.
Partijen hebben hun zienswijzen op het rapport van de deskundige gegeven. Het UWV heeft opgemerkt dat de deskundige tot dezelfde conclusie is gekomen als de artsen en de arbeidsdeskundige van het UWV, en kan zich daar geheel in vinden. Eiseres is het niet eens met de conclusies van de deskundige. De deskundige heeft op 23 december 2025 aanvullend gerapporteerd naar aanleiding van vragen van de rechtbank en de bedenkingen van eiseres. Hij ziet geen aanleiding om van zijn eerdere conclusies terug te komen.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht de aanvraag om een WIA-uitkering per
10 april 2024 heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5.1.
In het rapport van 28 augustus 2025 heeft de deskundige geconcludeerd dat de beperkingen een gevolg zijn van chronische pijnklachten bij een minder adequaat copingmechanisme. De deskundige stemt in met de belastbaarheid zoals weergegeven in de FML van 17 april 2024. De deskundige heeft dat als volgt onderbouwd.
5.1.1.
De deskundige vermeldt dat bij lichamelijk en psychisch onderzoek steeds geen afwijkingen worden vastgesteld. Ook bij het onderzoek van de deskundige zelf zijn er geen tekenen van psychopathologie, is er een normaal bewegingspatroon en zijn er geen tekenen van simulatie of aggravatie. Eiseres is goed verzorgd, doet adequaat haar verhaal en is alert. Zij presenteert zich als een vrouw die altijd zeer ambitieus was en actief, en die nu steeds tegen nieuwe grenzen aanloopt.
5.1.2.
Verder vermeldt de deskundige dat medisch adviseur Postumus een samenvatting heeft gemaakt van de aanwezige gegevens en spreekt van aanhoudende klachten na een whiplashtrauma. Deze diagnose is ook gesteld door de behandelende artsen, inclusief het Roessingh. Bij beoordeling van de aanwezige stukken wordt het ongevalsmechanisme de deskundige niet geheel duidelijk. Eiseres kwam in botsing met een auto en belandde op de grond. Het is waarschijnlijk dat daarbij wel een acceleratie/deceleratiemechanisme heeft gespeeld op het moment van het botsen met de auto en het moment van op de grond terecht komen. Dit heeft echter niet geleid tot matig of ernstig schedel- hersenletsel of tot fracturen. Uit de beoordeling van de SEH-post en de huisarts lijkt de conclusie te zijn dat er sprake moet zijn van contusies (kneuzingen), als gevolg van de botsing, maar niet van een duidelijk of ernstig whiplashmechanisme. Het is vervolgens wel gebruikelijk bij dergelijke ongevallen van een whiplash te spreken, maar bij medisch-technisch beoordelen zijn er eigenlijk onvoldoende aanwijzingen om haar klachten als een postwhiplashsyndroom te duiden.
5.1.3.
Er resteren volgens de deskundige echter wel pijnklachten die zich kort na het ongeval manifesteren, die sindsdien feitelijk voortdurend aanwezig zijn geweest en die worden geduid als chronische pijnklachten na een aanrijding. Een multidisciplinair revalidatietraject heeft geen duidelijke verbetering gebracht van de aard en mate van deze pijnklachten, maar vanaf medio 2024 is er wel een geleidelijke verbetering aanwezig. De pijnklachten zijn diffuus aanwezig, over vrijwel het gehele lichaam en de mate van pijn is gerelateerd aan de mate van spierspanning. Er is sprake van toegenomen spierspanning bij grotere belasting, bij meer stress en bij ongunstige houdingen. Dit past volledig bij haar klachtenbeschrijving. De spierspanning en daarmee de mate van pijnklachten en vermoeidheid wordt ook bepaald door de eigen mentale gesteldheid: bij onvoldoende acceptatie en te veel blijven streven naar handhaven van een vroeger en hoger niveau van participeren in de maatschappij, is feitelijk sprake van een voortdurend overvragen en dus overbelasting die de klachten onderhoudt. Dit is ook onderwerp geweest van de multidisciplinaire revalidatiebehandeling, met name bij de psycholoog. Hier heeft zij ook een beter inzicht en beter copingmechanisme weten te bereiken. Ze heeft geleerd minder van zichzelf te eisen, meer te doseren en meer balans tussen rust en activiteit te nemen. Daardoor heeft zij minder klachten en vanaf medio 2024 ervaart zij mede daardoor een verbetering in haar functioneren. Zij beschrijft bij zichzelf een verandering van negatief naar positief denken en feitelijk betekent dit dat ze minder kijkt naar haar verlies aan mogelijkheden en meer naar de resterende mogelijkheden. Juist deze verandering in haar coping levert verbetering op en kan ook nog een verdere verbetering opleveren. Vanuit haar verlieservaring blijft eiseres steeds de klachten en het verminderd functioneren aangeven, maar dit is in die zin relatief dat dit vergeleken moet worden met een voorheen relatief hoog activiteitenniveau. Er zijn ten opzichte van haar vroegere functioneren zeker velden waarop zij verminderd functioneert. Dit betreft zware fysieke belasting, stress en grote drukte in haar directe omgeving. Tegelijk blijkt zij weer in ruime mate in arbeid te participeren als de voorwaarden daarbij passend zijn, dus als het passende arbeid is.
5.1.4.
De deskundige wijst erop dat, in het kader van de WIA-beoordeling, de beperkingen niet worden aangegeven ten opzichte van het oude niveau van functioneren van betrokkene, maar ten opzichte van de gemiddelde belastbaarheid van de beroepsbevolking, waarbij als normaalwaarde een relatief lage belasting in arbeid wordt aangenomen. Dit is het basisprincipe van de functionele mogelijkhedenlijst en het Claim Beoordelings- en Borgings Systeem (CBBS). De aanwezige chronische pijnklachten en de licht verminderde stressbestendigheid geeft in dat kader aanleiding tot lichte beperkingen ten opzichte van de normaalwaarde. Er is volgens de deskundige aanleiding lichte beperkingen aan te nemen voor zware fysieke belasting van het bewegingsapparaat, in de zin van lichte beperkingen voor hanteren van zware gewichten, lichte duurbeperkingen voor lopen, traplopen en klimmen en lichte beperkingen voor frequent achtereen buigen of langdurig gebogen werken. Ook is afwisseling van houding gewenst, met lichte beperkingen voor zitten en staan en voor boven schouderhoogte actief zijn. Werken met trillingen is zeer vermoeiend en daarom beperkt. De beperkingen voor stress betekenen dat er in de arbeidssituatie beperkt stressverhogende momenten moeten voorkomen, zoals het werken met deadlines of pieken en geen hoog tempo van handelen moet worden gevraagd. Verder is eiseres goed in staat het contact met anderen aan te gaan en kan ze ook voldoende aandacht geven aan meerdere klanten of meerdere onderwerpen van handelen, zolang dit niet tot grote piekbelasting leidt.
5.1.5.
De deskundige wijst erop dat eiseres momenteel 24 uur per week functioneert in passende arbeid. Vanuit medisch perspectief bestaat er volgens hem geen enkele belemmering om de arbeidsduur verder op te bouwen en daarbij is er - in lijn met de standaard “Duurbelastbaarheid in arbeid” - geen sprake van ernstige energetische belemmeringen en daarmee geen sprake van een duurbeperking. Eiseres is in staat 8 uur per dag en 40 uur per week in passende arbeid te functioneren.
5.1.6.
Bij het beoordelen van de beperkingen, die gesteld zijn door het UWV, blijkt volgens de deskundige dat daarmee ruimschoots wordt voldaan aan de beperkingen die naar zijn mening aanwezig zijn. Uit de aanwezige documenten blijkt duidelijk wat de bevindingen waren bij de intake voor de revalidatiebehandeling en wat de resultaten waren. Ook medisch adviseur Postumus heeft deze bevindingen samengevat. De originele documenten waren bij de stukken aanwezig, zodat nader opvragen van informatie bij het Roessingh niet noodzakelijk is. Daarbij was de rol van medisch adviseur Postumus de rol van medisch adviseur van de belangenbehartiger en betrof dit geen medisch objectieve beoordeling. Op basis van de aanwezige stukken en het eigen onderzoek was er voldoende grond voor de aangegeven conclusies.
5.2.
In het rapport van 23 december 2025 heeft de deskundige nader toegelicht dat de in het rapport van 28 augustus 2025 aangegeven beperkingen ook geldig zijn op de datum in geding, 10 april 2024.
5.2.1.
In het rapport van 28 augustus 2025 is volgens de deskundige in de terminologie te veel aangesloten bij het anamnestische gegeven van eiseres dat zij pas medio 2024 een verbetering heeft ervaren. Dit anamnestische en subjectieve gegeven is volgens de deskundige wel van waarde bij de algehele beoordeling, maar geeft uitsluitend aan dat er een geleidelijke verbetering in de beleving van eiseres en daarmee in de mate van activiteiten is ontstaan. Deze geleidelijke verbetering vindt zijn oorsprong in het revalidatietraject bij het Roessingh. In de brief van de revalidatiearts van 7 december 2023 wordt aangegeven dat er een duidelijke verandering in haar coping is bereikt, waardoor zij beter in staat is de aanwezige mogelijkheden effectief te benutten. Voor de chronische pijnklachten die bij eiseres zijn vastgesteld, geldt dat er veel factoren aanwezig kunnen zijn die bijdragen aan het in stand houden van deze klachten. Dat zijn onder meer perfectionisme en hoge doelstellingen die beide bij haar sterk aanwezig waren en die ook in haar functioneren voor het ongeval zichtbaar zijn. Er was sprake van een hoge belasting en een hoog streefniveau en van grote moeite zich aan te passen aan de daadwerkelijke mogelijkheden na het ongeval. Hierin heeft het revalidatietraject bij het Roessingh een belangrijke meerwaarde gehad en ook gezien de beschrijving door de revalidatiearts een concreet resultaat. Bij dit resultaat horen de waarschuwingen voortdurend alert te blijven om niet weer op de oude manier te gaan functioneren en niet over de nieuwe grenzen te gaan. Dit is een soort leertraject, waarin iemand voortdurend kan verbeteren en waarin zij ook duidelijke verbetering heeft bereikt. Zij ervaart deze vanaf medio 2024.
5.2.2.
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van eiseres is volgens de deskundige echter niet de vraag wanneer zij deze verbetering ervaart, maar vanaf wanneer deze op medisch objectieve gronden mogelijk is, ook al ervaart iemand dit nog niet en functioneert iemand nog niet op die wijze. Er zijn, aldus de deskundige, voldoende medisch objectieve gronden om te stellen dat eiseres al vanaf begin 2024 (na de revalidatiebehandeling), en zeker op
10 april 2024, in staat had moeten zijn te functioneren conform de aangegeven beperkingen. Dit zal in de praktijk af en toe gepaard gaan met overschrijding van de aangegeven grenzen, en daarmee weer herleven van klachten, maar dit betekent niet dat zij bij aanhouden van de nieuwe grenzen dusdanige klachten en daarmee beperkingen ervaart dat er een lagere belastbaarheid moet worden gesteld. Zij zal voortdurende aandacht moeten houden voor het accepteren en aanhouden van de nieuwe grenzen aan haar belastbaarheid. Er is echter geen psychische aandoening die maakt dat zij onvoldoende autonomie over haar eigen handelen heeft en daarom hier niet toe in staat is.
6. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking van deze hoofdregel kunnen rechtvaardigen. [1] De rechtbank ziet geen reden in dit geval om een uitzondering op deze hoofdregel aan te nemen. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en concludent. De deskundige heeft alle (medische) informatie, waaronder het medisch advies van Posthuma van 15 januari 2024 en de informatie van het Roessingh, bij zijn beoordeling betrokken. Ook heeft de deskundige voldoende duidelijk uitgelegd waarom het, ondanks zijn conclusie dat eiseres in staat is 8 uur per dag en 40 uur per week in passende arbeid te functioneren, haar in november 2024 niet is gelukt om 23 uur per week te werken als gastvrouw. Met de rapporten van 28 augustus 2025 en
23 december 2025 heeft de deskundige overtuigend toegelicht dat eiseres op 10 april 2024 belastbaar was, zoals is weergegeven in de FML van 17 april 2024. Er zijn geen overtuigende argumenten aangevoerd die aanleiding geven deze conclusie van de deskundige niet te volgen. De conclusie van de deskundige wordt dan ook gevolgd. Dat betekent dat wordt uitgegaan van de juistheid van de in de FML van 17 april 2024 vastgestelde belastbaarheid.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het UWV de aanvraag om een WIA-uitkering terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
De rechter is verhinderd te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3654