ECLI:NL:RBOVE:2026:1097
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens inlichtingenplicht deels onterecht
Eiseres ontving een bijstandsuitkering en het college herzag deze over de periode 1 juni 2021 tot en met 31 augustus 2024, met terugvordering van €18.896,- en een boete van €570,- wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres, dat zich richtte op de periode 28 juni 2021 tot en met 29 september 2022, waarin zij bijschrijvingen van haar moeder ontving. Eiseres stelde dat deze bedragen bedoeld waren voor gezamenlijke huishoudkosten en niet als inkomen moesten worden beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de meeste bijschrijvingen terecht niet als middelen werden aangemerkt, mede omdat het college op 27 juli 2021 had ingestemd met deze betalingen voor gezamenlijke kosten. Voor twee hogere bedragen in september 2022 oordeelde de rechtbank dat eiseres de inlichtingenplicht wel had geschonden.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met een aangepaste berekening. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen met een aangepaste berekening, waarbij de terugvordering en boete deels niet in stand blijven.