ECLI:NL:CRVB:2025:158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand, terugvordering en boete wegens niet-melding contante stortingen en bijschrijvingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van contante stortingen en bijschrijvingen van derden op zijn bankrekening in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 juli 2022. Het college legde tevens een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat de bijschrijvingen van één persoon (X) niet als middelen konden worden aangemerkt omdat het geld aan X toebehoorde en alleen via zijn rekening passeerde. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de bijschrijvingen als middelen en inkomsten in de zin van de Participatiewet moesten worden beschouwd. De inlichtingenverplichting was geschonden omdat appellant niet uit eigen beweging melding had gemaakt.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigde dit oordeel. De opgelegde boete werd als evenredig beschouwd. Het hoger beroep slaagde niet, waardoor de herziening, terugvordering, brutering en boete in stand blijven. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening, terugvordering, brutering en boete wordt bevestigd.