Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen:
[eiser], uit [woonplaats], eiser, hierna: [eiser]
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
onredelijkis, maar of de weigering
evident disproportioneelis. Verder hebben de strafrechter en de staatssecretaris verschillende beoordelingskaders [2] . Het al dan niet weigeren van een aanvraag voor een VOG betreft geen strafrechtelijke, maar een bestuursrechtelijke bevoegdheid met een eigen beoordelingskader. Het gerechtshof gaat dus niet over de afgifte van een VOG en heeft daarover ook niet beslist. De staatssecretaris heeft bij zijn beoordeling wel de overwegingen van het gerechtshof meegewogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris in de overwegingen van het gerechtshof geen grond hoeven zien voor een andere belangenafweging dan hij heeft gemaakt. De staatsecretaris heeft bij de beoordeling in redelijkheid kunnen betrekken dat [eiser] veroordeeld is voor een seksueel misdrijf en dat een seksueel misdrijf voor onrust in de samenleving zorgt en dat deze onrust erger is en langer duurt dan onrust na andere delicten. De staatsecretaris heeft verder in aanmerking kunnen nemen dat het slachtoffer blijkens het arrest negatieve gevolgen heeft ervaren. [eiser] heeft ter zitting weliswaar betoogd dat het delict niet zo'n invloed heeft gehad op het slachtoffer, maar dit volgt niet uit het arrest van het gerechtshof. In het arrest van het gerechtshof is namelijk juist overwogen dat algemeen bekend is dat slachtoffers van zedenmisdrijven daar nog lange tijd nadelige gevolgen van kunnen ondervinden en dat daar in dit geval ook sprake van is, omdat het slachtoffer een stage in het buitenland heeft moeten afbreken omdat zij met paniekaanvallen te maken kreeg en zij niet meer dezelfde enthousiaste persoon is die zij voorheen was. De staatssecretaris heeft naar het oordeel van de rechtbank in de aangedragen persoonlijke omstandigheden van [eiser] geen aanleiding hoeven zien om, ondanks de risico’s voor de samenleving, toch de gevraagde VOG te verlenen. Hierbij heeft de staatssecretaris van belang kunnen achten dat het om een VOG voor een hobby gaat en dat dit een onvoldoende zwaarwegend belang is, afgezet tegen het belang van de samenleving. Ter zitting heeft [eiser] toegevoegd dat hij zijn activiteiten als vrijwillige voetbaltrainer ook ziet als een stap om in de toekomst mogelijk als betaald trainer aan de slag te gaan. Daarnaast is ter zitting toegelicht dat het bekleden van de functie als voetbaltrainer zal voorkomen dat [eiser] zijn netwerk bij de voetclub kwijtraakt op het moment dat hij te oud wordt om zelf te voetballen. Deze omstandigheden heeft de staatssecretaris niet hoeven betrekken bij het hier bestreden besluit, nu dit ziet op toekomstige onzekere omstandigheden en deze niet eerder naar voren zijn gebracht.