2.2.De staatssecretaris heeft gekeken in het Justitieel Documentatie Systeem. Hierin staan over [eiser] justitiële gegevens met betrekking tot een zedendelict geregistreerd. [eiser] is op 17 februari 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar. Daarnaast is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen.
3. De staatssecretaris heeft aan de afwijzing van de VOG ten grondslag gelegd dat het verscherpt toetsingskader van toepassing is op [eiser], omdat hij veroordeeld is voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid en hij aan het werk wil als vrijwilliger bij de [vereniging], waarbij hij tijdens de werkzaamheden te maken heeft met kwetsbare en/of minderjarige personen die van hem afhankelijk zijn. Bij het verscherpt toetsingskader krijgt iemand alleen een VOG als het weigeren van de aanvraag evident disproportioneel is. Volgens de staatssecretaris is de weigering van een VOG aan [eiser] niet evident disproportioneel. De staatssecretaris heeft hierbij van belang geacht dat [eiser], gelet op de veroordeling van 17 februari 2023, volgens de rechter de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft geschonden en de grenzen van de wet heeft overschreden en dat het slachtoffer blijkens het arrest nadelige gevolgen heeft ervaren. Ook is betrokken dat een seksueel misdrijf voor onrust in de samenleving zorgt en dat deze onrust erger is en langer duurt dan onrust na andere delicten. De staatssecretaris heeft de bescherming van de samenleving zwaarder laten wegen dan het persoonlijke belang van [eiser]. Naar de mening van de staatssecretaris betekent de omstandigheid dat een voorwaardelijke taakstraf is opgelegd niet dat automatisch sprake moet zijn van een afgifte van een VOG. Een VOG-beoordeling blijft altijd maatwerk, ook in het geval van een lichte straf. Verder heeft de staatssecretaris betrokken dat in dit geval de VOG nodig is voor een hobby. Dit belang is niet voldoende zwaarwegend, afgezet tegen het belang van de samenleving. De staatssecretaris heeft ten slotte, bij beslissing op bezwaar, meegewogen dat opnieuw melding is gedaan bij de politie van seksueel grensoverschrijdend gedrag door [eiser] jegens een vrouw.
4. [eiser] is het niet eens met de weigering van de VOG door de staatssecretaris. Hij stelt zich op het standpunt dat de weigering van zijn VOG onredelijk is en wijst er daartoe voornamelijk op dat het gerechtshof bij de strafoplegging heeft betrokken dat hij de mogelijkheid moet krijgen om zijn toekomstige leven verder vorm te geven en dat de afdoening van de strafzaak een VOG zo min mogelijk in de weg moet staan. Ook moet volgens [eiser] in zijn voordeel meewegen dat uit de strafoplegging door het gerechtshof volgt dat geen sprake is van een ernstig misdrijf dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad en dat de opgelegde voorwaardelijke taakstraf een indicatie vormt van de beperkte ernst en strafwaardigheid van het feit. Verder heeft het gerechtshof in de inhoud van het dossier geen aanleiding gevonden om uit te gaan van herhalingsgevaar, was sprake van slechts voorwaardelijk opzet en ontbreekt recidive. Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van [eiser], die behoefte heeft aan structuur en een toekomst in het betaald voetbal overweegt, is weigering van de VOG onredelijk, aldus [eiser].
Overwegingen van de rechtbank
5. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de staatssecretaris op goede gronden aan de beoordeling van de aanvraag van [eiser] het verscherpte toetsingskader, zoals beschreven in paragraaf 3.1.4.2. van de beleidsregels, ten grondslag heeft gelegd.
6. Uit paragraaf 3.1.4.2. van de beleidsregels volgt dat bij seksuele misdrijven als bedoeld in deze beleidsregels slechts zeer beperkte ruimte bestaat om op basis van het subjectieve criterium alsnog over te gaan tot de afgifte van een VOG wanneer sprake is van een functie met een gezags- of afhankelijkheidsrelatie en een belemmering wordt aangenomen voor een behoorlijke uitoefening van de functie/taak/bezigheid. De VOG kan in deze gevallen enkel worden afgegeven indien de weigering van de VOG evident disproportioneel is. Of de weigering evident disproportioneel is, wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval.
7. Het geschil is aldus beperkt tot de vraag of de staatssecretaris een juiste beoordeling heeft uitgevoerd op basis van dit toetsingskader.
8. De rechtbank overweegt gelet op dit toetsingskader allereerst dat het niet gaat om de vraag of de weigering van de VOG
onredelijkis, maar of de weigering
evident disproportioneelis. Verder hebben de strafrechter en de staatssecretaris verschillende beoordelingskaders. Het al dan niet weigeren van een aanvraag voor een VOG betreft geen strafrechtelijke, maar een bestuursrechtelijke bevoegdheid met een eigen beoordelingskader. Het gerechtshof gaat dus niet over de afgifte van een VOG en heeft daarover ook niet beslist. De staatssecretaris heeft bij zijn beoordeling wel de overwegingen van het gerechtshof meegewogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris in de overwegingen van het gerechtshof geen grond hoeven zien voor een andere belangenafweging dan hij heeft gemaakt. De staatsecretaris heeft bij de beoordeling in redelijkheid kunnen betrekken dat [eiser] veroordeeld is voor een seksueel misdrijf en dat een seksueel misdrijf voor onrust in de samenleving zorgt en dat deze onrust erger is en langer duurt dan onrust na andere delicten. De staatsecretaris heeft verder in aanmerking kunnen nemen dat het slachtoffer blijkens het arrest negatieve gevolgen heeft ervaren. [eiser] heeft ter zitting weliswaar betoogd dat het delict niet zo'n invloed heeft gehad op het slachtoffer, maar dit volgt niet uit het arrest van het gerechtshof. In het arrest van het gerechtshof is namelijk juist overwogen dat algemeen bekend is dat slachtoffers van zedenmisdrijven daar nog lange tijd nadelige gevolgen van kunnen ondervinden en dat daar in dit geval ook sprake van is, omdat het slachtoffer een stage in het buitenland heeft moeten afbreken omdat zij met paniekaanvallen te maken kreeg en zij niet meer dezelfde enthousiaste persoon is die zij voorheen was. De staatssecretaris heeft naar het oordeel van de rechtbank in de aangedragen persoonlijke omstandigheden van [eiser] geen aanleiding hoeven zien om, ondanks de risico’s voor de samenleving, toch de gevraagde VOG te verlenen. Hierbij heeft de staatssecretaris van belang kunnen achten dat het om een VOG voor een hobby gaat en dat dit een onvoldoende zwaarwegend belang is, afgezet tegen het belang van de samenleving. Ter zitting heeft [eiser] toegevoegd dat hij zijn activiteiten als vrijwillige voetbaltrainer ook ziet als een stap om in de toekomst mogelijk als betaald trainer aan de slag te gaan. Daarnaast is ter zitting toegelicht dat het bekleden van de functie als voetbaltrainer zal voorkomen dat [eiser] zijn netwerk bij de voetclub kwijtraakt op het moment dat hij te oud wordt om zelf te voetballen. Deze omstandigheden heeft de staatssecretaris niet hoeven betrekken bij het hier bestreden besluit, nu dit ziet op toekomstige onzekere omstandigheden en deze niet eerder naar voren zijn gebracht.
9. Het voorgaande betekent dat niet is gebleken van omstandigheden die de weigering van de VOG voor [eiser] evident disproportioneel maken. De staatssecretaris heeft de VOG kunnen weigeren.
10. De rechtbank merkt nog op dat de staatssecretaris in zijn verweerschrift heeft toegelicht dat de nieuwe melding bij de politie niet de grondslag is van de weigering van de VOG. De rechtbank heeft deze nieuwe melding dan ook buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling en acht de weigering van de staatssecretaris ook dan voldoende gemotiveerd.