Uitspraak
WOONSTICHTING VECHTHORST,
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [gedaagde] niet is verschenen,
Rechtbank Overijssel
Vechthorst, verhuurder van een woning, vordert ontruiming van de woning, betaling van een huurachterstand van twee maanden, betaling van de huur vanaf februari 2026 tot ontbinding van de huurovereenkomst, ontruimingskosten en proceskosten. De huurder verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend.
De kantonrechter stelt vast dat Vechthorst een spoedeisend belang heeft bij ontruiming en betaling van de huurachterstand. De vorderingen worden grotendeels toegewezen, behalve de ontruimingskosten die niet vooraf begroot kunnen worden. De betaling van huur vanaf februari 2026 wordt toegewezen, niet vanaf januari omdat die periode deels overlapt met de achterstallige huur.
Ambtshalve toetst de kantonrechter het incassokostenbeding in de algemene huurvoorwaarden aan de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen. Dit beding wordt als oneerlijk beoordeeld en vernietigd, waardoor de vordering tot incassokosten wordt afgewezen. Het proceskostenbeding wordt ondanks onduidelijkheid over de rechtmatigheid voorlopig wel toegepast, en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen vijf dagen, betaling van de huurachterstand en huur vanaf februari 2026, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van huurachterstand en huur vanaf februari 2026, en proceskosten, met vernietiging van het incassokostenbeding.