Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
bouwkavelvan 509 m2 voor de bouw van een woning én een
appartementsrechtvan circa 2632/8179e deel van een perceel natuurgebied ter grootte van 8.161 m2. Belanghebbende heeft exclusief (als enige van acht appartementseigenaren) gebruiksrecht van de natuurtuin, lees zijn appartementsrecht in de mandeligheid via het reglement van de mandeligheid. De heffingsambtenaar is bij de waardering ervan uitgegaan dat het aankoopbedrag van € 522.000,- ziet op het bouwkavel van 509 m2 met uitdrukkelijk inbegrip van het bijbehorende gedeelte van de mandelige natuurtuin - belanghebbendes appartementsrecht - aan welk appartementsrecht naar het oordeel van de rechtbank terecht op geld te waarderen waarde toekomt en zonder welk appartementsrecht belanghebbende – naar eigen zeggen ter zitting – nimmer € 522.000,- zou hebben betaald. De heffingsambtenaar heeft aangegeven dat het gedeelte natuurtuin dat onderdeel uitmaakt van een mandelig terrein exclusief bij belanghebbendes bouwkavel hoort. Hieruit leidt de rechtbank af dat de heffingsambtenaar terecht een waarde aan dit stuk grond heeft toegekend dat onverbrekelijk onderdeel uitmaakt van belanghebbendes bouwkavel. Anders dan belanghebbende stelt, valt de mandeligheid noch belanghebbendes appartementsrecht daarin niet onder de vrijstelling voor natuurterreinen. Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling wordt bij de bepaling van de waarde buiten aanmerking gelaten de waarde van natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die beheerd worden door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen. De bedoeling van de wetgever is hierbij expliciet geweest om de vrijstelling te beperken tot échte natuurterreinen. [3] Hoewel in het geval van belanghebbende sprake is van een rechtspersoon (de Vereniging van Eigenaren van de acht appartementsrechten), kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesteld worden dat het mandelige terrein, dat door de appartementseigenaren exclusief wordt gebruikt als natuurtuin, kan worden aangemerkt als een natuurterrein waarvoor de wetgever de vrijstelling heeft beoogd. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c van de Uitvoeringsregeling en is de vrijstelling niet van toepassing.