Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verdere verloop van de procedure
- een op 6 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI;
- een op 9 januari 2026 binnengekomen update van de GI van die datum, met bijlagen;
- een op 16 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI, met als bijlage de behandelovereenkomst Jeugd GGZ van [kind] , gedateerd 8 januari 2026 en opgesteld op 14 januari 2026;
- een op 16 januari 2026 binnengekomen brief van mr. Witteveen van die datum, met bijlagen;
- een op 16 januari 2026 binnengekomen bericht van de GI;
- een op 19 januari 2026 binnengekomen brief van mr. Witteveen van die datum, met bijlagen.
- de moeder met haar advocaat;
- de pleegouders;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van de belanghebbenden
5.De verdere beoordeling
nu alkan zijn dat deze wordt uitgebreid met onbegeleide momenten. Trias stelt immers ook dat er geen concreet ja of nee als antwoord gegeven kan worden op de vraag of het haalbaar is dat [kind] voor langere duur alleen bij de moeder kan zijn.Ook wordt hierbij vermeld dat [kind] elke omgang de begeleiders van Trias opzoekt, vaak om even een boekje te lezen en dat hij hierin rust lijkt te zoeken en vinden, terwijl de moeder een beroep doet op de begeleiding wanneer zij het even niet weet; de aanwezigheid van begeleiding dient daarom meerdere doelen, zegt Trias.
Dat het moeilijk zal zijn om haar eigen tekortkomingen onder ogen te zien is begrijpelijk en daarom vindt de kinderrechter het des te knapper dat de moeder wel transparant is en open staat voor tips en aanwijzingen van de omgangsbegeleiders en verdere behandeling wil aangaan. In de samenwerking met de GI is de moeder echter niet zo bereidwillig om open te zijn en adviezen aan te nemen.