ECLI:NL:RBOVE:2026:1518
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in ondertoezichtstellingsprocedure
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Overijssel op 19 maart 2026 een wrakingsverzoek behandeld dat was gericht tegen mr. H.T. Pos, kinderrechter belast met een ondertoezichtstellingsprocedure. De verzoekster diende het wrakingsverzoek in op 5 maart 2026, nadat mr. Pos op 4 maart 2026 mondeling uitspraak had gedaan in de hoofdzaak.
De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek in beginsel in elke fase van de procedure kan worden ingediend, maar dat het verzoek wel moet worden ingediend vóór het wijzen van een einduitspraak. Omdat de mondelinge uitspraak op 4 maart 2026 was gedaan, was het wrakingsverzoek te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen en wees erop dat het feit dat de uitspraak op 6 maart 2026 schriftelijk werd vastgelegd, hieraan niets afdeed. De beslissing werd genomen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de mondelinge einduitspraak is ingediend.