ECLI:NL:RBOVE:2026:157
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning AOW-pensioen voor gehuwden ondanks gelijkheidsbeginsel
Eiser, gehuwd en woonachtig met zijn echtgenote die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, maakte bezwaar tegen de toekenning van een AOW-pensioen voor gehuwden door de SVB. Hij stelde dat hem een ongehuwdenpensioen moest worden toegekend omdat hij alle lasten alleen draagt en zijn echtgenote geen inkomen heeft.
De rechtbank stelde vast dat eiser onder bewind is gesteld en ondanks het ontbreken van instemming van de bewindvoerder, het beroep ontvankelijk is omdat het griffierecht is betaald en de bewindvoerder het bewind wil opheffen. De rechtbank beoordeelde vervolgens de toekenning van het gehuwdenpensioen aan de hand van de AOW-wetgeving.
De rechtbank oordeelde dat de SVB terecht het gehuwdenpensioen heeft toegekend omdat eiser gehuwd is en niet duurzaam gescheiden leeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent, namelijk het kostenvoordeel van samenwonen. Ook het vervallen van de partnertoeslag voor nieuwe gevallen na 2015 en het ontbreken van inkomen bij de echtgenote rechtvaardigen de toekenning.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in stand blijft en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de toekenning van een AOW-pensioen voor gehuwden is ongegrond verklaard en het besluit van de SVB blijft in stand.