ECLI:NL:RBOVE:2026:163

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
ak_25_821
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 ZWArt. 15 ZWArt. 16 Wfsv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling berekening Ziektewetdagloon exclusief eerdere ZW-uitkering

In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het UWV bij de berekening van het dagloon voor de Ziektewetuitkering ook de ZW-uitkering moet meenemen die eiseres ontving tijdens een eerdere dienstbetrekking. Eiseres was ziek uit dienst gegaan bij TalentCare en ontving een ZW-uitkering, waarna zij in dienst trad bij Stichting Isala Klinieken om te re-integreren. Na het einde van haar dienstverband bij Isala werd het dagloon vastgesteld voor haar ZW-uitkering.

Eiseres betoogde dat het UWV ten onrechte de ZW-uitkering uit haar eerdere dienstverband niet had meegenomen in de dagloonberekening, wat volgens haar leidde tot een te laag dagloon en een onevenredige benadeling. Het UWV verwees naar artikel 15 van Pro de Ziektewet, dat bepaalt dat het dagloon wordt berekend op basis van het loon uit de dienstbetrekking waaruit de ziekte is ontstaan.

De rechtbank bevestigde dat het UWV conform de wettelijke bepalingen heeft gehandeld door alleen het loon uit de dienstbetrekking bij Isala mee te nemen. De ZW-uitkering uit het eerdere dienstverband bij TalentCare valt niet onder de dagloonberekening. De rechtbank overwoog dat dit ook in lijn is met de memorie van toelichting en rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze systematiek om administratieve lasten te beperken en uitvoeringskosten te besparen.

De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of terugbetaling van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het Ziektewetdagloon wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/821

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: [gemachtigde 1],
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

gemachtigde: [gemachtigde 2].

Samenvatting

In deze zaak gaat het om de vraag of het UWV, in verband met de vaststelling van een Ziektewetuitkering, bij de berekening van het dagloon over de referteperiode naast het loon uit dienstbetrekking ook de in die periode verkregen Ziektewetuitkering moet meerekenen. De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV bij de berekening het dagloon op grond van artikel 15 Ziektewet Pro terecht alleen is uitgegaan van het loon dat werkneemster ontving tijdens het dienstverband waaruit de ziekte is ontstaan, en niet tevens van de Ziektewetuitkering die zij tijdens dat dienstverband ook nog ontving.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 17 september 2024 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij recht heeft op ziekengeld naar aanleiding van haar ziekmelding per 29 januari 2024. Het dagloon is daarbij vastgesteld op € 105,74.
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven.
1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het besluit

2.1
Eiseres is werkzaam geweest in dienst van TalentCare. Zij heeft zich daar op 29 januari 2024 ziek gemeld. Doordat haar arbeidsovereenkomst bij TalentCare in maart 2023 van rechtswege afliep, is eiseres ziek uit dienst gegaan. Zij heeft vervolgens een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen.
2.2
Eiseres is vervolgens in dienst getreden bij Stichting Isala Klinieken (hierna: Isala) om te re-integreren in de functie van arts-assistent niet in opleiding. Omdat het dienstverband is gestart met als doel om te kunnen re-integreren, is er in eerste instantie een beperkte arbeidsduur overeengekomen. Dit is steeds uitgebreid naar uiteindelijk 36 uur per week. Tussen eiseres en Isala zijn in de achtereenvolgende periodes arbeidsovereenkomsten met de aangegeven arbeidsduur gesloten. Van 6 juli tot 24 juli 2023: 8 uur per week, van 24 juli tot 16 oktober 2023: 12 uur per week, van 16 oktober tot 23 oktober 2023: 16 uur per week en van 23 oktober tot 30 oktober 2023: 20 uur per week. Vanaf 30 oktober 2023 heeft eiseres 36 uur per week gewerkt. Op 25 oktober 2023 heeft eiseres zich hersteld gemeld bij het UWV voor haar eerdere werk.
2.3
Op 3 januari 2024 en daarna op 29 januari 2024 was eiseres in het geheel niet meer in staat haar werkzaamheden te verrichten. Zij heeft zich ziek gemeld bij Isala. Nadat de arbeidsovereenkomst van eiseres bij Isala afliep per 1 maart 2024 is aan eiseres een ZW-uitkering toegekend. Daarbij heeft besluitvorming ten aanzien van de hoogte van het dagloon plaatsgevonden, zoals vermeld onder "Procesverloop".

Standpunten van partijen

3.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat de hoogte van het dagloon van de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) juist is vastgesteld op € 105,74. Voor de vaststelling van het dagloon gaat het UWV alleen uit van het dienstverband bij Stichting Isala Klinieken en niet van de tijdens dat dienstverband ontvangen ZW-uitkering.
3.2
Eiseres stelt dat haar dagloon te laag is vastgesteld. Zij meent dat het UWV ten onrechte de door haar ontvangen ZW-uitkering gedurende haar dienstverband niet heeft meegenomen in de berekening van het dagloon van de ZW-uitkering met ingang van 1 maart 2024. Eiseres heeft daarbij gewezen op artikel 14, eerste lid, van de ZW en artikel 16, tweede lid, onder a, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Onder loon in de zin van de ZW vallen ook uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, zoals de ZW.
Eiseres stelt dat zij onevenredig benadeeld is. Ondanks haar OCD, waarvoor zij tot op heden in behandeling is, heeft zij actief gere-integreerd en deelgenomen aan de arbeidsmarkt. Eiseres voelt zich gestraft door haar proactieve houding ten aanzien van haar re-integratie en het bijdragen aan de samenleving. Dit kan volgens eiseres niet de bedoeling zijn van de wetgever en is in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
3.3
Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Het UWV deelt niet het standpunt van eiseres dat voor de vaststelling van het ZW-dagloon artikel 14 van Pro de ZW als uitgangspunt moet worden genomen. Artikel 15 van Pro de ZW is het uitgangspunt voor het vaststellen van het ZW-dagloon. Dit is wettelijk bepaald. Uit dit artikel blijkt duidelijk dat voor de berekening van het ZW-dagloon alleen de inkomsten worden meegerekend van het dienstverband waaruit de ziekte is ontstaan. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2A van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (het Dagloonbesluit). Het UWV heeft hierbij verwezen naar rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [1]

Wettelijk kader

4.1
Op grond van artikel 14, eerste lid, van de ZW verstaat de ZW onder loon het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wfsv
4.2
Artikel 15, eerste lid, van de ZW bepaalt dat voor de berekening van het ziekengeld waarop op grond van deze wet recht bestaat als dagloon wordt beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ongeschiktheid tot werken als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, is ingetreden, verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij door ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wfsv, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur, onder meer wanneer de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, korter heeft geduurd dan het jaar, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
Beoordeling door de rechtbank
5. In geschil is of het UWV het ZW-dagloon van eiseres per 1 maart 2024 juist heeft vastgesteld. De rechtbank beoordeeld het beroep naar aanleiding van wat eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres niet slaagt en overweegt hiertoe als volgt.
5.1
De rechtbank stelt vast dat het UWV uitvoering heeft gegeven aan de bepalingen in de ZW en het Dagloonbesluit door bij de vaststelling van het dagloon van eiseres alleen rekening te houden met het loon dat eiseres heeft ontvangen uit de dienstbetrekking bij Isala. Dit is immers bepaald in artikel 15 van Pro de ZW. In dit artikel is bepaald dat bij de vaststelling van het dagloon alleen rekening wordt gehouden met het loon dat de werknemer verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij door ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid.
5.2
In artikel 14, eerste lid, van de ZW in samenhang met artikel 16, tweede lid, onder a, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) volgt weliswaar dat onder loon in de zin van de ZW ook uitkeringen vallen op grond van een werknemersverzekering, zoals de ZW, maar voor de vaststelling van het dagloon wordt in artikel 15 van Pro de ZW uitdrukkelijk bepaald dat het dient te gaan om loon uit de dienstbetrekking waaruit de betrokkene door ziekte ongeschikt is geworden. Ter zitting heeft het UWV toegelicht dat met een ZW-uitkering uit dit laatste dienstverband wel rekening wordt gehouden, maar niet met een ZW-uitkering die werd ontvangen uit een eerder dienstverband. De ZW-uitkering die eiseres heeft ontvangen uit de dienstbetrekking bij TalentCare dient daarom niet te worden betrokken bij de dagloonberkening.
5.3
In artikel 15 van Pro de ZW is uitdrukkelijk bepaald dat het dagloon van de ZW-uitkering is gebaseerd op het loon in de dienstbetrekking waaruit het ZW-recht is ontstaan. Uit de memorie van toelichting bij de Wet vereenvoudiging regelingen UWV, waarbij de regeling van de dagloonberekening van de WW, ZW en Wazo is gewijzigd, blijkt dat hiermee beoogd is het dagloon te baseren op het loon in de referteperiode uit de laatste dienstbetrekking met de werkgever waarbij de werknemer in dienst was op het moment van het intreden van de verzekerde gebeurtenis. Hierbij is vermeld dat het UWV met eerdere dienstbetrekkingen geen rekening hoeft te houden. Daarmee wordt volgens de wetgever voorkomen dat die eerdere dienstbetrekkingen, die mogelijk een hoger of lager salaris hadden, meetellen in het dagloon, waardoor de uitkering ten opzichte van de laatste dienstbetrekking onevenredig hoog of laag uitpakt. Ook vervalt daarmee de beoordeling in hoeverre de laatste dienstbetrekking in de plaats is gekomen van de eerdere dienstbetrekking. Volgens de wetgever leidt de wijziging tot minder administratieve lasten bij onder meer de werkgevers en een structurele besparing van de uitvoeringskosten bij het UWV. [2] Het is kortom de keuze van de wetgever geweest om het ZW-dagloon te berekenen op de wijze zoals het UWV heeft gedaan. De omstandigheid dat dit kan leiden, en in het geval van eiseres ook daadwerkelijk heeft geleid, tot een lager ZW-dagloon dan wanneer ook met het loon, in dit geval een ZW-uitkering, uit een eerdere dienstbetrekking rekening zou worden gehouden, heeft de wetgever in zijn afweging verdisconteerd. Voor zover al sprake is van omstandigheden die niet ten volle verdisconteerd zijn in de afweging van de wetgever, acht de rechtbank deze omstandigheden in dit geval niet zodanig bijzonder, dat deze bepaling zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege zou moeten blijven.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de CRvB van 28 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2835.
2.Kamerstukken II, 2011-2012, 33327, nr. 3, p. 8-9.