ECLI:NL:CRVB:2022:2835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling Ziektewet-dagloon ondanks lage berekening door UWV
Appellante was werkzaam bij twee werkgevers met verschillende werktijdfactoren en viel ziek uit op 27 februari 2018. Het UWV stelde het dagloon voor haar Ziektewet-uitkering vast op basis van het loon bij de laatste werkgever in de referteperiode, wat resulteerde in een laag dagloon van €16,27.
Appellante voerde aan dat de urenuitbreiding bij haar tweede werkgever als een nieuwe arbeidsovereenkomst moest worden beschouwd, wat zou leiden tot een hogere dagloonberekening. Ook stelde zij dat het Dagloonbesluit onredelijk was en in strijd met het discriminatieverbod en diverse rechtsbeginselen.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een nieuwe arbeidsovereenkomst, dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld volgens artikel 15 ZW Pro en het Dagloonbesluit, en dat de wetgever bewust had gekozen voor deze systematiek. De Raad verwierp het beroep op indirecte discriminatie en andere rechtsbeginselen en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV over het dagloon bevestigd.