Uitspraak
[bedrijf],
1.De procedure
- de reactie van [gedaagde], aangemerkt als conclusie van antwoord;
2.Waar deze zaak over gaat
3.De beoordeling
€ 102,00
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiser, na het overlijden van zijn ouders, dat gedaagde, die de aangifte erfbelasting voor hem zou verzorgen, hem een bedrag van € 2.401,66 betaalt. Dit bedrag bestaat uit € 2.004,00 aan hoofdsom, € 33,93 aan rente en € 363,73 aan buitengerechtelijke incassokosten. Eiser stelt dat gedaagde de aangifte te laat heeft ingediend, waardoor hij rente aan de Belastingdienst moest betalen. Gedaagde voert verweer en stelt dat er geen prijs en termijn voor de opdracht is afgesproken en dat zij door gezondheidsproblemen de aangifte te laat heeft ingediend. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten in haar verplichtingen uit de overeenkomst, omdat zij wist dat de aangifte binnen acht maanden na overlijden moest worden ingediend. De kantonrechter wijst de vordering van eiser toe, met inachtneming van een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van gedaagde. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.106,28 aan eiser, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.