Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1866

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
ak_25_1267
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 Uitvoeringsbesluit MeststoffenwetArt. 51 lid 1 Uitvoeringsbesluit MeststoffenwetArt. 51 lid 3 Uitvoeringsbesluit MeststoffenwetArt. 72c Uitvoeringsbesluit MeststoffenwetArt. 1 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete opgelegd voor niet-gebruik digitaal vervoersbewijs dierlijke meststoffen

De minister van Landbouw heeft aan een transportbedrijf een boete van €3.900 opgelegd wegens het niet gebruiken van het digitale systeem rVDM bij 26 vrachten dierlijke meststoffen in september 2024. Het bedrijf voerde aan dat het buiten het digitale systeem om alles had gedaan, maar de rechtbank oordeelde dat het gebruik van de rVDM Offline app verplicht was bij storingen en dat het papieren vervoersbewijs niet meer was toegestaan.

De minister had het boetebedrag gematigd met 90% vanwege herhaalde overtredingen binnen één controleperiode, wat de rechtbank terecht vond. Het beroep werd behandeld zonder aanwezigheid van het bedrijf, maar met deelname van de minister.

De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende bewijs had geleverd voor de overtreding en dat het boetebeleid correct was toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boete in stand blijft. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €3.900 wegens niet-gebruik van het digitale rVDM-systeem wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1267

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres, hierna: [eiseres]

(gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen)
en
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder, hierna: de minister
(gemachtigden: mr. E.J.H. Jansen en mr. B. de Haan).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een door de minister aan [eiseres] opgelegde boete van € 3.900,- voor overtreding van de meststoffenwetgeving. Volgens de minister is in strijd met de regels voor 26 vrachten geen gebruik gemaakt van het digitale systeem real time Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (hierna: rVDM). [eiseres] is het niet eens met deze boete. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd. Het beroep is dus ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1. Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister een boete ter hoogte van € 3.900,- aan [eiseres] opgelegd. Met het bestreden besluit van 18 april 2025 op het bezwaar van [eiseres] is de minister bij dat besluit gebleven.
1.1.
[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen. [eiseres] en haar gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de beroepen met de zaaknummers 25/1385, 25/1237, 25/1500 en 25/1733. In de zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Aanleiding
2. [eiseres] is een erkend intermediair en transporteur van dierlijke meststoffen.
2.1.
Met ingang van 1 januari 2023 dient bij het vervoer van dierlijke meststoffen in
Nederland gebruik te worden gemaakt van een digitaal systeem. Dit heet rVDM. Dit digitale systeem vervangt het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen dat hiervoor de basis vormde voor de verantwoording van de meststromen. Voor import en export van dierlijke mest is de oude werkwijze van kracht gebleven tot 1 juni 2023. Vanaf die datum is ook voor het grensoverschrijdend vervoer het rVDM-systeem verplicht.
2.2.
Er is een overgangsperiode ingesteld tot 1 maart 2023, waarin zowel het oude
als het nieuwe systeem gebruikt konden worden. Na deze datum is het gebruik van rVDM volledig verplicht gesteld.
2.3.
Door het rVDM-systeem worden gegevens over het mesttransport door de minister ingewonnen. Zowel de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) kunnen aan de hand van deze gegevens beoordelen of een bedrijf zich aan de gestelde regels over mesttransport, gebruiksnormen, mestverwerkingsplicht en verantwoordingsplicht heeft gehouden.
2.4.
Per e-mailbericht van 9 januari 2024 is [eiseres] geïnformeerd over de rVDM Offline app bij het vervoer van dierlijke mest. In dit bericht is vermeld dat [eiseres] bij storingen nog het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen gebruikte en dat dat vanaf 1 januari 2024 niet meer kan. In plaats daarvan moet de rVDM Offline app gebruikt worden.
2.5.
De minister heeft in een brief van 26 februari 2024 aan [eiseres] aandachtspunten rVDM 2024 vermeld. Ook hierin is onder meer aangegeven dat vanaf 1 januari 2024 bij storingen de rVDM Offline app wordt gebruikt om vervoer aan
te melden. Het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen mag alleen nog worden gebruikt als er storing is bij e-CertNL én in de Offline app.
2.6.
De minister heeft een overzicht van de NVWA ontvangen en daaropvolgend een controle uitgevoerd. Uit deze controle is gebleken dat [eiseres] bij 26 vrachten (met de beschikkingsnummers [nummer 1] tot en met [nummer 2]) geen gebruik heeft gemaakt van rVDM.
2.7.
De minister heeft op 17 december 2024 aan [eiseres] laten weten voornemens te zijn een boete ter hoogte van € 3.900,- op te leggen in verband met deze overtredingen.
2.8.
Vervolgens is de minister overgegaan tot de besluitvorming zoals beschreven onder Procesverloop.
Het bestreden besluit
3. De minister heeft aan [eiseres] een boete van € 3.900,- opgelegd. Bij het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen moet rVDM worden gebruikt en [eiseres] heeft als vervoerder voor 26 vrachten op 10, 11 en 25 september 2024 hiervan geen gebruik gemaakt. Overwogen is dat als er sprake is van een storing bij het aanmelden van vervoer van mest, dan gebruik dient te worden gemaakt van de Offline app. Volgens de minister was er op 10 september 2024 tussen 7:45 en 11.00 uur een storing van e-Cert, maar op 11 september 2024 en 25 september 2024 was dit niet het geval. Ten tijde van de storing van e-Cert en in de situatie dat zich bij [eiseres] zelf een storing voordeed, had gebruik gemaakt moeten worden van de Offline app. Volgens de minister heeft [eiseres] voldoende tijd gehad om zich aan te passen aan dit nieuwe systeem. De minister heeft het matigingsbeleid voor herhaalde overtredingen toegepast. Dit betekent dat het boetebedrag is verlaagd, omdat bij één controle meerdere keren dezelfde overtreding is gezien. De boete is daarom verlaagd met 90%. Het gaat om 26 keer dezelfde overtreding. Het boetebedrag voor één overtreding is € 1.500. De boete is vastgesteld op 26 x (€ 1.500 - 90%) = € 3.900,-.
Overwegingen
Relevante bepalingen
4. Op grond van artikel 51, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsbesluit) wordt bij het vervoer van dierlijke meststoffen gebruik gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld systeem.
In artikel 51, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit is een opsomming opgenomen van gegevens die zien op elke afzonderlijke fase in het vervoer van dierlijke meststoffen en die ten behoeve van het systeem, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg worden verstrekt.
4.1.
In artikel 72c van het Uitvoeringsbesluit is bepaald dat in geval van overtreding van artikel 51, eerste lid, de bestuurlijke boete voor de vervoerder € 1.500 bedraagt.
4.2.
In artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsregeling) is bepaald dat in deze regeling onder rVDM wordt verstaan: systeem voor het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het besluit.
4.3.
In artikel 69m van de Uitvoeringsregeling is bepaald dat indien en voor zover er sprake is van een situatie waarin geen netwerkverbinding aanwezig is dan wel indien rVDM tijdelijk niet beschikbaar is, gebruik wordt gemaakt van een software-applicatie als bedoeld in artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van het besluit om gegevens vast te leggen. Artikel 69m van de Uitvoeringsregeling is in werking getreden op 1 januari 2024.
Overtreding?
5. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast van de overtreding, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, rust op de minister als het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd. De minister moet daarom het bewijs leveren dat [eiseres] de genoemde bepaling uit de meststoffenwetgeving heeft overtreden en moet daartoe de feiten deugdelijk vaststellen.
5.1.
De minister heeft vastgesteld dat [eiseres] voor 26 vrachten geen gebruik heeft gemaakt van rVDM.
5.2.
[eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat ze heeft gedaan wat ze kon buiten het digitale systeem om. Er is daarom naar haar mening geen sprake van een overtreding.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister afdoende bewijs geleverd dat [eiseres] de meststoffenwetgeving heeft overtreden door geen gebruik te maken van rVDM voor de 26 vrachten op 10 september 2024, 11 september 2024 en 25 september 2024. Dit is een overtreding van artikel 51, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit. In geval van een storing in het digitale systeem had [eiseres] gebruik moeten maken van de rVDM Offline app. [eiseres] had als professionele partij ervan op de hoogte kunnen en moeten zijn dat het gebruik van papieren vervoersbewijzen dierlijke meststoffen in deze situatie niet meer is toegestaan. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de onder rechtsoverweging 2.1 tot en met 2.5 weergegeven omstandigheden. Voor zover [eiseres] heeft beoogd te betogen dat verwijtbaarheid ontbreekt, volgt de rechtbank dit betoog niet.
Matiging
6. [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat de boete meer gematigd had moeten worden. Voor zover sprake is van een overtreding, is naar haar mening slechts sprake van één overtreding.
6.1.
De minister heeft het boetebedrag gematigd, omdat bij één controle meerdere overtredingen van dezelfde feitcode zijn vastgesteld. Het gaat hier om overtredingen die door de RVO op afstand kunnen worden geconstateerd. In dat geval gelden volgens het Boetebeleid Meststoffenwet RVO 2025 matigingspercentages van 90%, 50% of 25%. De minister heeft verder toegelicht dat op 11 december 2024 [1] de periode van drie maanden is ingegaan waarin hetzelfde matigingspercentage wordt toegepast als er nogmaals meerdere overtredingen van feitcode M233 worden geconstateerd. Het hier bestreden boetebesluit valt in deze periode. De minister heeft daarom een matigingspercentage van 90% toegepast.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van 26 overtredingen en niet van één overtreding [2] . [eiseres] heeft voor 26 verschillende vrachten, verdeeld over drie dagen, geen gebruik gemaakt van rVDM. Voor iedere vracht heeft [eiseres] de beslissing genomen om geen gebruik te maken van rVDM dan wel de rVDM Offline app. Het boetebeleid houdt in dat de boete die bij herhaalde administratieve overtredingen wordt opgelegd, in de regel opvolgend met 90%, 50% en 25% gematigd wordt indien het gaat om overtredingen die door de minister op afstand geconstateerd (hadden) kunnen worden. [eiseres] heeft niet betwist dat de minister de boete in overeenstemming met zijn boetebeleid heeft vastgesteld. [eiseres] heeft niet nader onderbouwd waarom de boete in dit geval nog verder gematigd had moeten worden.
6.3.
Wat [eiseres] verder naar voren heeft gebracht is door de rechtbank overwogen en leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verwijst hiervoor ook naar hetgeen in het bestreden besluit en verweer daartegen is opgemerkt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit is de datum van een boetebesluit dat ook aan [eiseres] is opgelegd.
2.Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van 22 juli 2025 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, ECLI:NL:CBB:2025:384