De minister van Landbouw legde aan [eiseres] B.V. een boete van €300 op wegens overtreding van de meststoffenwetgeving, omdat de gebruikte gegevensregistratieapparatuur (GR) niet onlosmakelijk verbonden was aan het chassis van het transportmiddel. De overtreding werd vastgesteld door een toezichthouder van de NVWA tijdens een controle op 19 november 2024.
De rechtbank stelt vast dat de minister de bewijslast draagt en dat het rapport van de toezichthouder betrouwbaar is. De apparatuur lag los op het dashboard en was aangesloten via een sigarettenaansteker, wat niet voldoet aan de wettelijke eis van onlosmakelijke verbinding met het chassis. [eiseres] bracht geen gegronde twijfel aan tegen deze bevindingen.
De rechtbank oordeelt dat [eiseres] als functioneel dader kan worden aangemerkt, ondanks het verweer dat een ingehuurde chauffeur bewust de apparatuur defect maakte. Ook het betoog over het ontbreken van het recht op bijstand faalt, omdat geen verklaringen van de chauffeur zijn gebruikt als bewijs.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier H. Richart op 7 april 2026.