Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2069

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
12095559 \ CV EXPL 26-463
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 54 lid 2 RvArt. 6.4 Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming sociale huurwoning wegens niet-bewoning door huurder

DeltaWonen vordert ontruiming van een sociale huurwoning aan een adres te een woonplaats, omdat de huurder niet voldoet aan haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. De huurder zou sinds september 2025 niet meer in de woning verblijven en deze niet als hoofdverblijf gebruiken. Ter onderbouwing zijn verklaringen van buurtbewoners overgelegd.

De huurder is correct opgeroepen voor de mondelinge behandeling maar is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat alle wettelijke formaliteiten, waaronder betekening en publicatie in de Staatscourant, zijn nageleefd. DeltaWonen heeft bovendien de dagvaarding per e-mail aan de huurder gestuurd.

De kantonrechter oordeelt dat DeltaWonen een spoedeisend belang heeft bij ontruiming en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. De huurder wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening de woning te ontruimen en de sleutels aan DeltaWonen te overhandigen. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.031,19. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de sociale huurwoning binnen veertien dagen en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12095559 \ CV EXPL 26-463
Vonnis in kort geding van 9 april 2026
in de zaak van
STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: deltaWonen,
gemachtigde: mr. L.R. Brendel,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 maart 2026 met 16 producties
- de e-mail van deltaWonen van 31 maart 2026 met producties 17 t/m 20
- de mondelinge behandeling van 2 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
DeltaWonen vordert ontruiming van het pand aan de [adres] te [woonplaats]. Dit betreft een sociale huurwoning. Aan haar vordering heeft deltaWonen ten grondslag gelegd dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst door zich niet als een goed huurder te gedragen en het gehuurde gedurende de huurtijd niet zelf als woonruimte te bewonen en aldaar hoofdverblijf te hebben. [1] DeltaWonen stelt dat [gedaagde] in ieder geval vanaf september 2025 niet meer in het gehuurde verblijft. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst deltaWonen onder meer naar verklaringen van diverse buurtbewoners.
2.2.
De kantonrechter heeft aan de hand van de betekende dagvaarding geconstateerd dat [gedaagde] correct is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de kantonrechter tegen [gedaagde] verstek verleend. Daarbij geldt dat (openbare) betekening als bedoeld in artikel 54 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft plaatsgevonden, dat een uittreksel van het exploot bekend is gemaakt in de Staatscourant van 18 maart 2026 (Stcrt. 2026, nr. 11040) en dat deltaWonen tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht dat zij de (betekende) dagvaarding en de op de zaak betrekking hebbende stukken ook naar het bij haar bekende e-mailadres van [gedaagde] heeft verstuurd.
2.3.
Er is voldoende gebleken dat deltaWonen een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorziening.
2.4.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van deltaWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
171,19
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
Totaal
1.031,19

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde gelegen aan de [adres] te ([adres]) [woonplaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met medeneming van al het hare en de haren, onder afgifte van alle sleutels aan deltaWonen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.031,19, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026. (PvdS)

Voetnoten

1.Artikel 7:213 van Pro het Burgerlijk Wetboek en artikel 6.4 van de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte die deel uitmaken van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst.