ECLI:NL:RBOVE:2026:2226
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen omgevingsvergunningen voor vijftien monomestvergisters ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft beroepen van de Stichting Natuurbeschermingswacht tegen het college van burgemeester en wethouders van Ommen, die vijftien omgevingsvergunningen heeft verleend voor de bouw van monomestvergisters bij agrarische bedrijven. De Stichting betoogt dat de vergunningverlening in strijd is met natuurwetgeving en Europees recht, met name de Habitatrichtlijn, en dat het college onterecht geen uitgebreide voorbereidingsprocedure heeft gevolgd.
De rechtbank stelt vast dat het college de vergunningen heeft verleend conform de Omgevingswet en het tijdelijke omgevingsplan, waarbij voor sommige locaties binnenplanse afwijkingen zijn toegepast. De Stichting voert aan dat het losknippen van vergunningen en het ontbreken van een Natura 2000-vergunning in strijd is met het Unierecht en dat de monomestvergisters als één project moeten worden beschouwd. De rechtbank oordeelt dat de Omgevingswet het systeem van vergunningverlening anders regelt dan de Wabo, waarbij de aanvrager zelf bepaalt welke vergunningen worden aangevraagd en dat dit niet in strijd is met het Unierecht.
Verder is onvoldoende gebleken dat de vergunningverlening significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De rechtbank wijst het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie af en verklaart de beroepen ongegrond. De Stichting krijgt geen proceskostenvergoeding en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunningen voor vijftien monomestvergisters worden ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.