Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
of omstreeks27 juni 2025 in de gemeente [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door
, althans een hard en/of scherp voorwerp,in de richting van voornoemde
, althans genoemd harde en/of scherpe voorwerpboven zijn, verdachtes, hoofd te houden, en
en/of in de richting vanvoornoemde [slachtoffer 1] te schreeuwen: “Ik maak je dood” en
/of“Ik maak jou als eerste dood”
, en/of
of omstreeks27 juni 2025 in de gemeente [plaats],
een ofmeerdere wapens van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten
een of meerdereboksbeugels, voorhanden heeft gehad;
of omstreeks27 juni 2025 in de gemeente [plaats], een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen (
merk/type: Power Max), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
of omstreeks28 juni 2025 in de gemeente [plaats], opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 757,60 gram
, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramhennep(toppen), zijnde hennep(toppen), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
De psycholoog adviseert een ambulante behandeling in een forensische instelling gericht op zijn psychische kwetsbaarheid en het ophelderen van diagnostiek in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf.
7.De schade van de benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
137 (honderd zevenendertig) dagen;
90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 750,-- (zevenhonderd vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2025;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde feit onder 2 tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
verklaart verbeurdde inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst vermelde
bijlenonder de voorwerpnummers
1 (BZAN1825) en 2 (BZAN1820);
hefthet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis
op met ingang van heden.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 april 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 28 juni 2025 (pagina’s 76-77):