Eiseres, een onderneming met onder meer een kapsalon en hondenkennel, diende aanvragen in voor de NOW-3 regeling voor de periodes oktober 2020 tot maart 2021. De minister stelde de definitieve subsidies vast, waarbij eiseres deels moest terugbetalen en deels nabetaling kreeg. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de besluiten in strijd waren met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, omdat de minister niet had gemotiveerd waarom artikel 5, lid 8 van de NOW-3 niet van toepassing was en geen belangenafweging had gemaakt. De minister kreeg de gelegenheid dit te herstellen.
In deze einduitspraak concludeert de rechtbank dat de minister het motiveringsgebrek heeft hersteld door toe te lichten dat de bedrijfsactiviteiten niet seizoensgebonden zijn en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt. Van onevenredig nadeel voor eiseres is geen sprake. De rechtbank verklaart de beroepen tegen de besluiten gegrond, vernietigt deze, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht terug.