Artikel 5, eerste lid, van NOW-3 bepaalt dat de omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode te delen door de referentie-omzet. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond.
Artikel 5, tweede lid, van NOW-3 bepaalt dat de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over het kalenderjaar 2019 is, gedeeld door vier.
Artikel 5, derde lid, van NOW-3 bepaalt dat als de werkgever de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2019 is aangevangen, de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, dan de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020 is, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie.
Artikel 5, vierde lid, van NOW-3 bepaalt dat als de werkgever na 1 januari 2019 een economische eenheid heeft overgenomen in de zin van artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek, of middels een aandelentransactie zeggenschap heeft verkregen over een rechtspersoon of vennootschap die onderdeel is geworden van een groep als bedoeld in het zevende lid, de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, dan wordt berekend door de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de overgang tot en met 29 februari 2020, te delen door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, en te vermenigvuldigen met drie. Dit lid wordt toegepast, indien de werkgever daar bij de subsidieaanvraag om verzoekt.
Artikel 5, vijfde lid, van NOW-3 bepaalt dat als een werkgever in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 een onderdeel of activiteit heeft afgestoten, dan de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het onderdeel of de activiteit tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie is. Als in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 meerdere onderdelen of activiteiten zijn afgestoten, wordt gerekend vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het laatste onderdeel of de laatste activiteit.
Artikel 5, zesde lid, van NOW-3 bepaalt dat voor de omzetdaling wordt uitgegaan van de omzetdaling van de natuurlijke of rechtspersoon.
Artikel 5, achtste lid, van NOW-3 bepaalt dat subsidies en baten die betrekking hebben op een langere periode dan de omzetperiode en de periode, bedoeld in het tweede lid, naar rato aan de betreffende perioden worden toegerekend voor de bepaling van de omzetdaling, bedoeld in het eerste lid.