De rechtbank Overijssel heeft geoordeeld over het beroep van eisers tegen het college van burgemeester en wethouders van Hengelo inzake de intrekking en terugvordering van algemene en bijzondere bijstand over de periode van 25 december 2023 tot en met 3 april 2024.
Het college had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd omdat het meende dat eisers een gezamenlijke huishouding voerden en eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, omdat weliswaar een gezamenlijk hoofdverblijf bestond, maar het zorgcriterium niet was voldaan.
De rechtbank stelde vast dat er geen financiële verstrengeling was en dat de wederzijdse zorg beperkt was, onvoldoende om van een gezamenlijke huishouding te spreken. Wel werd erkend dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat eiser zijn hoofdverblijf bij haar had.
De bestreden besluiten werden vernietigd voor zover zij zien op intrekking, terugvordering en mede terugvordering. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de bijstand kan worden herzien naar de kostendelersnorm met terugvordering van te veel ontvangen bijstand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.