Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit de [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Twenterand, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
een bijzondere vorm van bestuursdwang. Daarvoor is doorslaggevend geweest dat de bouwstop als overbodig werd beschouwd omdat een bestuurlijke sanctie in artikel 5:2 van Pro de Awb zodanig ruim is gedefinieerd, dat daaronder ook het treffen van beheersmaatregelen (het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding) valt. [2] De grondslag voor de bouwstop is nu gelegen in artikel 18.1 van de Ow, in samenhang met – omdat het college in dit geval bevoegd gezag is – artikel 125 van Pro de Gemeentewet. Aan een bouwstop kan een last onder dwangsom worden verbonden die het doel heeft om de beëindigde illegale bouwactiviteit beëindigd te houden. De grondslag daarvoor is, in aanvulling op de hiervoor genoemde bepalingen, artikel 5:32 van Pro de Awb. Overigens zal de rechtbank hierna de term bouwstop blijven gebruiken en de bestaande rechtspraak met betrekking tot de bouwstop bij haar oordeel betrekken.
adviesis gegeven om met de werkzaamheden te stoppen en dat geen verplichting is opgelegd om dit te doen. Hieruit volgt dat geen bouwstop is opgelegd en dat dus ook geen sprake kan zijn van de bekrachtiging daarvan.