ECLI:NL:RVS:2026:911
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en invordering dwangsommen wegens overtredingen bestemmingsplan Hof van Twente
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente legde op 1 december 2021 aan appellant lasten onder dwangsom op om diverse overtredingen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" op zijn perceel ongedaan te maken. Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten en de daarop volgende invordering van dwangsommen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving, omdat de overtredingen (puinverharding, aarden wallen, vijvers) niet waren verwijderd. De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat sprake was van natuurwaarden die handhaving belemmeren, en dat er sprake zou zijn van concreet zicht op legalisatie, omdat geen vergunning was aangevraagd.
Ook het standpunt dat de begunstigingstermijn te kort was, werd verworpen. De Afdeling bevestigde dat de dwangsommen rechtmatig waren verbeurd en dat de invordering niet verjaard was. Het beroep tegen het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard. De Afdeling wees verzoeken om prejudiciële vragen af en bevestigde het belang van handhaving en invordering in het algemeen belang.
Uitkomst: Het hoger beroep en beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.