ECLI:NL:RBOVE:2026:2603
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herhaalde WIA-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV steeds heeft afgewezen omdat eiser niet verzekerd was of de wachttijd niet had volgemaakt. Na een laatste afwijzing op 17 april 2024, diende eiser in augustus 2025 een herbeoordeling en nieuwe aanvraag in. Het UWV wees deze opnieuw af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Eiser stelde dat er wel nieuwe feiten waren, onder meer een psychologisch rapport uit december 2024, en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen recht op WIA bestond. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde stukken grotendeels uit 2011 dateren en dus niet als nieuw kunnen gelden. Het psychologisch rapport leverde volgens een verzekeringsarts geen aanleiding tot een andere beslissing.
De rechtbank toetste of het besluit evident onredelijk was en concludeerde dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist was. Daarom was het beroep ongegrond en werd het griffierecht niet teruggegeven. Er was ook geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde WIA-aanvraag is ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.