Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 20 oktober 2025;
- het exploot van de betekening van 25 oktober 2025;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, met bijlagen, binnengekomen op 10 december 2025;
- het formulier verrekenen en verdelen van de zijde van de vader, ingediend op 5 maart 2026;
- een brief van 12 maart 2026 van de zijde van de moeder;
- een brief van 13 maart 2026 van de zijde van de moeder;
- een brief van 2 april 2026 met producties van de zijde van de vader;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, met producties binnengekomen op 2 april 2026, en
- een F9-formulier van 9 april 2026 met productie van de zijde van de moeder.
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Bemmel;
- de vader, bijgestaan door mr. Van Riel, en
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad.
2.De feiten
- de kinderen zijn toevertrouwd aan de moeder;
- de moeder is met ingang van 30 september 2025 met uitsluiting van de vader gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning, met uitzondering van één weekend per twee weken van vrijdag 15:00 uur tot zondag 19:00 uur, dan is de vader met uitsluiting van de moeder gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning;
- de kinderen zullen één weekend per twee weken van vrijdag 15:00 uur tot zondag 19:00 uur met de vader in de echtelijke woning zijn, waarbij de moeder de echtelijke woning verlaat;
- de kinderen zullen één avond per week bij de vader verblijven van 17:30 uur tot 19:30 uur en bij hem eten, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en naar de moeder terugbrengt;
- de vader betaalt met ingang van 23 september 2025 een bedrag van € 198,– per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
- bepaald dat de moeder met ingang van die datum bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning, met bevel aan de vader die woning te verlaten en deze niet verder te betreden zonder toestemming van de moeder;
- inzake het recht van de kinderen op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders de navolgende voorlopige [de vader] vastgesteld:
- de kinderen verblijven eenmaal per veertien dagen van donderdag uit school tot maandag naar school bij de vader;
- de vader brengt de kinderen op maandag naar school dan wel [kind 1] en [kind 2] fietsen zelf naar school;
- de kinderen verblijven in de meivakantie in de eerste week bij de moeder en in de tweede week bij de vader, met een wisseling na een week op zaterdag 19.00 uur waarbij de kinderen vanuit vader weer naar school gaan op de maandag na de vakantie;
- de kinderen verblijven in de zomervakantie in de eerste 3 weken bij de vader vanaf de laatste vrijdag voor de vakantie en in de laatste 3 weken bij de moeder, met een wisseling na 3 weken op zaterdag 19.00 uur;
- de vader brengt de kinderen op maandag na de vakantie naar school dan wel [kind 1] en [kind 2] fietsen zelf naar school.
3.De verzoeken van de moeder
- eenmaal per veertien dagen van donderdag uit school tot maandag naar school, waarbij de vader de kinderen op maandag naar school brengt, dan wel [kind 1] en [kind 2] fietsen zelf naar school;
- in de zomervakantie in het even jaar de eerste drie weken vanaf de laatste vrijdag voor de vakantie met een wisseling na drie weken op zaterdag 19.00 uur en in de oneven jaren andersom waarbij de vader de kinderen op maandag naar school brengt, dan wel [kind 1] en [kind 2] fietsen zelf naar school;
- in de kerstvakantie in het even jaar de eerste week en in het oneven jaar de tweede week, en ieder jaar Tweede Kerstdag vanaf 09.00 uur;
4.Het verweer en de zelfstandige verzoeken van de vader
5.De beoordeling
The foodtrailer was a gift in 2025 to mr. [de vader]…’. Dat betekent dat de foodtruck tot het te verrekenen vermogen van de ouders behoort. Hoewel de vader stelt dat op grond van artikel 10 sub c HV Pro niet meer verrekend hoeft te worden omdat de foodtruck na 1 januari 2025 is geschonken, volgt de rechtbank de vader daarin niet omdat dit artikel ziet op overgespaard inkomen.
6.De beslissing
€ 166,– (HONDERD ZES EN ZESTIG EURO)per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
zes maandenna deze beschikking de rechtbank te informeren over de uitkomst van het ONS-traject en de gewenste wijze van verder procederen;