ECLI:NL:RBOVE:2026:276

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11767960 \ CV EXPL 25-1945
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van facturen met afwijzing van buitengerechtelijke incassokosten

In deze zaak heeft Project Eindbaas B.V. een vordering ingesteld tegen een gedaagde partij voor het betalen van zes onbetaalde facturen, die samen een bedrag van € 14.247,00 vertegenwoordigen. De gedaagde heeft erkend dat de diensten zijn verleend, maar heeft aangevoerd dat er onjuistheden in de facturen zouden zijn. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde niet voldoende onderbouwd heeft dat de facturen niet kloppen en dat er geen substantiële argumenten zijn gepresenteerd om de vordering te weerleggen. De kantonrechter heeft de vordering tot betaling van de factuurbedragen toegewezen, evenals de wettelijke handelsrente over deze bedragen. Echter, de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn afgewezen, omdat Project Eindbaas niet heeft aangetoond dat er incassohandelingen zijn verricht. De gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten van Project Eindbaas betalen, die zijn begroot op € 2.527,40. Het vonnis is uitgesproken op 20 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11767960 \ CV EXPL 25-1945
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROJECT EINDBAAS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende in Leek,
eisende partij, hierna te noemen: Project Eindbaas,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[bedrijf],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 juni 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
Project Eindbaas heeft diensten verleend aan [gedaagde], bestaande uit het bemiddelen tussen arbeidskrachten en [gedaagde] en het uitlenen van die arbeidskrachten aan [gedaagde]. Project Eindbaas heeft haar diensten door middel van facturen bij [gedaagde] in rekening gebracht.
2.2.
[gedaagde] heeft zes facturen uit 2024 niet betaald.
2.3.
Project Eindbaas vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een bedrag van € 15.688,75 aan Project Eindbaas te betalen (bestaande uit € 14.247,00 aan factuurbedragen, € 917,47 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 524,28 aan rente tot 26 mei 2025), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de factuurbedragen vanaf 26 mei 2025 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.4.
[gedaagde] heeft erkend dat Project Eindbaas diensten heeft verleend en dat hij de facturen waarvan Project Eindbaas betaling vordert nog niet heeft betaald.
Volgens [gedaagde] heeft hij nog niet betaald omdat de facturen niet helemaal kloppen. Er zouden onjuistheden in de btw-verlegging zitten en sommige facturen zouden uren bevatten die niet kloppen. [gedaagde] heeft echter niet toegelicht welke uren of welk deel van de facturen dan niet zou kloppen. Verder heeft Project Eindbaas ter zitting weersproken dat de btw-verlegging ten onrechte zou zijn toegepast. Doordat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, heeft hij daar niet meer op gereageerd. Deze verweren slagen dus niet.
Ook heeft [gedaagde] een beroep gedaan op verrekening. Echter is de enkele stelling dat hij door het handelen van Project Eindbaas schade heeft geleden en dat Project Eindbaas hem nog € 10.000,00 à € 12.000,00 verschuldigd is, onvoldoende concreet om te kunnen concluderen dat [gedaagde] een vordering op Project Eindbaas heeft die hij zou kunnen verrekenen met de vordering van Project Eindbaas. Ook dit verweer slaagt dus niet. De vordering tot betaling van de factuurbedragen van in totaal € 14.247,00 zal worden toegewezen.
2.5.
Omdat [gedaagde] niet (tijdig) heeft betaald, moet hij over dit bedrag ook rente betalen. [gedaagde] handelt in de uitoefening van zijn bedrijf. De gevorderde wettelijke handelsrente komt dus voor toewijzing in aanmerking. De wettelijke handelsrente zal worden toegewezen voor een bedrag van € 524,28 tot 26 mei 2025 en verder vanaf 26 mei 2025 tot de dag van volledige betaling.
2.6.
Project Eindbaas heeft onvoldoende onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Weliswaar hoeft er in dit geval geen 14­dagenbrief te worden gestuurd, maar om aanspraak te kunnen maken op buitengerechtelijke incassokosten moet er wel enige incassohandeling zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
2.7.
[gedaagde] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld. Hij moet daarom de proceskosten van Project Eindbaas betalen. Deze worden begroot op:
kosten dagvaarding € 119,40
griffierecht € 1.461,00
salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten x tarief € 406,00)
nakosten
€ 135,00
totaal € 2.527,40

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om een bedrag van € 14.771,28 aan factuurbedragen en rente aan Project Eindbaas te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de factuurbedragen van € 14.247,00 vanaf 26 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Project Eindbaas begroot op € 2.527,40;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.(SB)