ECLI:NL:RBOVE:2026:282

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/08/335894 / HA RK 25-45
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundigen voor schadeloosstelling na onteigening door Gemeente Rijssen-Holten

In deze beschikking van de Rechtbank Overijssel, uitgesproken op 16 januari 2026, verzoekt de Gemeente Rijssen-Holten de rechtbank om de schadeloosstelling vast te stellen die voortvloeit uit een onteigening. De rechtbank benoemt drie deskundigen die de schadeloosstelling zullen begroten. De onteigeningsbeschikking is op 26 juni 2025 afgegeven en de Gemeente heeft het verzoekschrift op 14 juli 2025 ingediend. De belanghebbende, NEBO Vastgoed B.V., heeft het aanbod tot schadeloosstelling niet geaccepteerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek ontvankelijk is, omdat het is ingediend na de bekendmaking van de onteigeningsbeschikking en binnen de gestelde termijn. De rechtbank heeft ook de bevoegdheid om over de hoogte van de schadeloosstelling te beslissen, aangezien de onteigende onroerende zaak binnen haar rechtsgebied ligt. De rechtbank heeft een gerechtelijke plaatsopneming gelast, waarbij partijen hun standpunten kunnen toelichten. De opneming is gepland op 9 maart 2026. De rechtbank heeft de kosten van publicatie van de beslissing aan de verzoeker opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/335894 / HA RK 25-45
Beschikking van 16 januari 2026
in de zaak van
GEMEENTE RIJSSEN-HOLTEN,
zetelend te Rijssen,
verzoeker,
hierna te noemen: Gemeente Rijssen-Holten,
advocaat: mr. B.S. ten Kate,
tegen

1.NEBO VASTGOED B.V.,

gevestigd te Zenderen,
belanghebbende (eigenaar),
hierna te noemen: NEBO,
niet verschenen,
2.
NPB PARTICIPATIE B.V.,
gevestigd te Zenderen,
betrokkene (hypotheekhouder),
hierna te noemen: NPB Participatie,
niet verschenen,
3.
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST GROTE ONDERNEMINGEN VAN ALMELO,
gevestigd te Almelo,
betrokkene (beslaglegger),
hierna te noemen: de Belastingdienst,
niet verschenen,
4.
MR. JETSE MICHIEL ERINGA,in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van:
i.
NPB Beheer B.V.,
gevestigd te Zenderen,
MEGA Bouwbedrijf B.V.,
gevestigd te Almelo,
NPB Bouwbedrijf B.V.,
gevestigd te Zenderen,
Megahome.nl Grond B.V.,
gevestigd te Almelo,
NPB Onroerend Goed B.V.,
gevestigd te Zenderen,
Megahome.nl Beheer B.V.,
gevestigd te Almelo,
Megahome.nl B.V.,
gevestigd te Almelo,
NPB Bouw B.V.,
gevestigd te Zenderen,
kantoorhoudende te Enschede,
betrokkenen (beslagleggers),
hierna te noemen: de curator,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 14 juli 2025,
- het bewijs dat de belanghebbende en overige betrokkenen het verzoekschrift hebben ontvangen,
- de brief van de griffier waarin belanghebbende en betrokkenen onder meer in de gelegenheid zijn gesteld om een verweerschrift in te dienen en waarin aan verzoeker, belanghebbenden en betrokkenen het voornemen kenbaar is gemaakt om dhr. mr. [naam 1] (voorzitter), dhr. [naam 2] en dhr. ing. [naam 3] als deskundigen te benoemen en in eerste instantie geen mondelinge behandeling, maar alleen een descente, te gelasten te gelasten. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en om hun verhinderdata door te geven,
- de e-mail van de curator, waarin wordt verzocht om uitstel voor het indienen van verweer en het akkoord van de rechtbank hierop,
- het verweerschrift van de curator, door de rechtbank ontvangen op 14 oktober 2025.
1.2.
Vervolgens is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Het bevoegd gezag heeft na het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op 26 juni 2025 een onteigeningsbeschikking afgegeven. Een afschrift daarvan heeft verzoeker als productie 1 overgelegd. In die beschikking zijn de volgende onroerende zaken ter onteigening aangewezen:
Grondplan- Te onteigenen Kadastrale Sectie en nr. Kadastrale
nummer grootte (m2) grootte (m2) gemeente
1 4.180 4.180 B 4872 Rijssen
2 2.020 2.020 B 5928 Rijssen
3 2.020 2.020 B 5929 Rijssen
4 2.090 2.090 B 6191 Rijssen
5 2.080 2.080 B 6192 Rijssen
6 6.180 6.180 B 9531 Rijssen
De ter onteigening aangewezen percelen zijn gelegen nabij Opbroek Oost, gemeente Rijssen-Holten, en zijn bedoeld voor de realisatie van het bestemmingsplan “Chw bestemmingsplan Wonen Rijssen, Opbroek Oost”, vastgesteld door de raad van de gemeente Rijssen-Holten op 25 mei 2023.
2.2.
De onteigeningsbeschikking is op de in artikel 16.33d Omgevingswet (hierna: Ow) voorgeschreven wijze bekendgemaakt en ter inzage gelegd, hetgeen volgt uit producties 3 en 4 bij het verzoekschrift.
2.3.
NEBO is de enige belanghebbende in de zin van artikel 15.27 Ow die bij verzoeker bekend is.
2.4.
In het verzoekschrift is de schadeloosstelling opgenomen die door verzoeker aan de belanghebbende wordt aangeboden.
2.5.
De te onteigenen percelen zijn volgens de kadastrale gegevens belast met:
Een recht van hypotheek ten gunste van NPB Participatie (betrokkene sub 2);
Executoriaal beslag ten gunste van de Belastingdienst (betrokkene sub 3);
Conservatoir en executoriaal beslag ten gunste van NPB Beheer B.V. (betrokkene sub 4 onder i);
Executoriaal beslag ten gunste van MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Onroerend Goed B.V., Megahome.nl Beheer B.V., Megahome.nl B.V., NBP Bouw B.V. (betrokkene 4 onder ii tot en met viii).
2.6.
Voornoemden zijn geen rechthebbenden zoals bedoeld in artikel 5.27 Ow, maar de schadeloosstelling raakt hun zekerheidsrecht wel en er bestaat voor hen ook een specifieke regeling in artikel 5.30 Ow. Verzoeker heeft het verzoekschrift aan deze partijen betekend en de rechtbank heeft hen ook opgeroepen in deze verzoekschriftprocedure.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoeker vraagt de rechtbank – kort samengevat – de schadeloosstelling die het gevolg is van de onteigening vast te stellen, daartoe een oneven aantal deskundigen te benoemen die de rechtbank dienen te adviseren over de prijs en om een opneming van het te onteigenen perceel te gelasten, alles met kostenveroordeling rechtens.
3.2.
Belanghebbende heeft het aanbod tot schadeloosstelling, zoals opgenomen in het verzoekschrift, niet geaccepteerd.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid
4.1.
Verzoeker is ontvankelijk in haar verzoek, omdat het is ingediend nadat de onteigeningsbeschikking is bekendgemaakt (artikel 11.14 Ow), en omdat de termijn van
12 maanden als genoemd in artikel 11.12 Ow nog niet is verstreken.
4.2.
Verder voldoet het verzoek aan alle vormvoorschriften zoals opgenomen in artikel 278 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en artikel 15.37 Ow.
Bevoegdheid
4.3.
Deze rechtbank is bevoegd een beslissing te nemen over de hoogte van de schadeloosstelling, omdat de onteigende onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.
De plaatsopneming
4.4.
De rechtbank ziet aanleiding om nu een gerechtelijke plaatsopneming (artikel 15.40 Ow) te gelasten. Direct daaraan voorafgaand zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld hun standpunten nader toe te lichten ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen rechter-commissaris en deskundigen.
4.5.
Bij brief van 2 september 2025 heeft de griffier belanghebbende en overige betrokkenen in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de descente een schriftelijk verweer in te dienen en tevens bericht dat de rechtbank voornemens is om de volgende deskundigen te benoemen: dhr. mr. [naam 1] (voorzitter), dhr. [naam 2] en dhr. ing. [naam 3] (deskundige leden).
4.6.
In reactie hierop heeft de curator een verweerschrift ingediend. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde deskundigen.
4.7.
Overeenkomstig artikelen 15.39 Ow zal de rechtbank de deskundigen benoemen om over de schadeloosstelling een schriftelijk bericht uit brengen. Verder zal de rechtbank één van haar leden als rechter-commissaris benoemen om, vergezeld van de griffier, bij de opneming door de deskundigen aanwezig te zijn.
4.8.
Tot slot zal de rechtbank overeenkomstig artikel 15.40 lid 3 Ow een nieuws- en advertentieblad aanwijzen waarin kennis wordt gegeven van de tijd en de plaats van de descente. Ingevolge artikel 15.46 lid 5 Ow zal verzoeker als onteigenaar worden veroordeeld in de kosten van deze publicatie. Daartoe zal verzoeker een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht.

5.De rechtbank:

5.1.
benoemt tot deskundigen die de schadeloosstelling zullen begroten:
1. dhr. mr. [naam 1], voorzitter, postadres: [adres 1], e-mail: [e-mailadres 1],
2. dhr. [naam 2], deskundig lid, adres: [adres 2],
e-mail: [e-mailadres 2],
3. dhr. Ing. [naam 3], deskundig lid, postadres: [adres 3], e-mail: [e-mailadres 3],
5.2.
benoemt mr. R.F. van Aalst tot rechter-commissaris om, vergezeld van de griffier, bij de opneming door de deskundigen van de ligging en de gesteldheid van de te onteigenen zaak aanwezig te zijn;
5.3.
bepaalt dat de opneming zal plaatsvinden op 9 maart 2026;
5.4.
bepaalt dat de opneming zal beginnen om 09.30 uur ter plaatse van de op te nemen zaak en vervolgens zal worden voortgezet in een van de zalen van het gemeentehuis in Rijssen aan de Schild 1, 7461 DD Rijssen;
5.5.
verstaat dat de deskundigen (en belanghebbende(n) en overige betrokkenen voor zover die het verzoek met bijlagen nog niet hebben ontvangen) door verzoeker uiterlijk
14 dagen vóór de opneming van het te onteigenen, in het bezit wordt gesteld van alle processtukken;
5.6.
wijst “Tubantia” aan als nieuws- en advertentieblad waarin de griffier van deze rechtbank de beslissing bij uittreksel zal plaatsen;
5.7.
veroordeelt verzoeker tot betaling van de kosten van de door de griffier te verrichten publicatie, na ontvangst van een desbetreffende factuur van het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak te Utrecht.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.F. van Aalst, mr. H. Bottenberg-van Ommeren en mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.