Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2921

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/08/334955 / HA ZA 25-198
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:94 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending geheimhoudingsverplichting en matiging contractuele boete in inleenovereenkomst

Tussen eiseres en gedaagde bestond een inleenovereenkomst waarbij de directeur van gedaagde werd ingeleend voor het opzetten van een luikenprogramma. Partijen spraken geheimhoudingsverplichtingen af met een boeteclausule. Na beëindiging van de overeenkomst ontdekte eiseres dat gedaagde een afbeelding van een onder de overeenkomst ontworpen luik op haar website had geplaatst.

Eiseres sommeerde gedaagde tot verwijdering en betaling van de boete van €50.000. Gedaagde verwijderde de afbeelding maar betwistte de schending en de boete. De rechtbank stelde vast dat de afbeelding een resultaat was van de verrichte diensten en dat plaatsing op de website een schending van de geheimhoudingsverplichting uit lid 4 van artikel 15 vormde Pro.

De rechtbank oordeelde echter dat de afbeelding geen vertrouwelijke informatie bevatte, omdat het design grotendeels al openbaar was via de website van eiseres en het nieuwe designelement geen technische details bevatte. Gezien de beperkte aard van de overtreding, het directe verwijderen van de afbeelding en het ontbreken van concrete schade, matigde de rechtbank de boete tot €360, de redelijke licentievergoeding volgens Pictoright.

De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van verzuim en buitengerechtelijke incassokosten van €54 werden toegekend. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. De vordering van eiseres werd dus deels toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat gedaagde de geheimhoudingsverplichting schond maar matigt de boete tot €360 en veroordeelt tot betaling van dit bedrag met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/334955 / HA ZA 25-198
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. Ph. A. Vos,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. E.V.H. van Tricht.
Samenvatting
Tussen [eiseres] en [gedaagde] bestond een inleenovereenkomst op basis waarvan de directeur van [gedaagde] door [eiseres] werd ingeleend voor het opzetten van een luikenprogramma. Partijen zijn in het kader van de inleen verschillende geheimhoudingsverplichtingen overeengekomen met daaraan verbonden een boeteclausule. In geschil is of [gedaagde] – door een onder de inleenovereenkomst ontworpen afbeelding van een luik op haar eigen website te plaatsen – (een van) deze geheimhoudingsverplichtingen heeft geschonden en de contractuele boete verschuldigd is. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van schending van een van de geheimhoudingsverplichtingen, maar matigt de boete tot € 360,00.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 19 mei 2025 met producties;
  • de conclusie van antwoord van 3 september 2025 met producties;
  • de aanvullende productie 6 van [gedaagde];
  • de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarbij de gemachtigde van [eiseres] spreekaantekeningen heeft voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
[eiseres] en [gedaagde] ontwerpen, ontwikkelen en produceren allebei onderdelen voor de jachtbouw.
2.2
Op 21 april 2023 sluiten [eiseres] en [gedaagde] een inleenovereenkomst op basis waarvan [eiseres] de heer [naam] (hierna: [naam]), directeur van [gedaagde], inleent voor het opzetten van een luikenprogramma bij [eiseres] en het gereedmaken van dit luikenprogramma voor de markt.
2.3
Op de overeenkomst tussen partijen worden de Algemene Voorwaarden Inleen [bedrijf] B.V. en [eiseres] B.V. (hierna: Algemene Voorwaarden) van toepassing verklaard. In de Algemene Voorwaarden staat onder andere:

Artikel 15 - Geheimhouding
1.
Uitlener maakt hetgeen haar bij de uitvoering van de Dienstverlening ter kennis komt en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden op geen enkele wijze verder bekend, behalve voor zover enig wettelijk voorschrift of een uitspraak van de rechter haar tot bekendmaking daarvan verplicht.
2.
Uitlener verplicht haar Personeel deze geheimhoudingsverplichting na te leven en staat ervoor in dat deze personen die verplichting nakomen.
(…)
4.
Uitlener mag de resultaten van de verrichte Diensten in generlei vorm aan derden beschikbaar stellen, noch hierover aan derden enige inlichting verschaffen, tenzij Inlener hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend. Inlener kan aan deze toestemming nadere voorwaarden verbinden.
5.
Ten aanzien van alle vertrouwelijke informatie, afkomstig van Inlener, die in welke vorm of op welke informatiedrager dan ook bij Uitlener berusten of aan hem zijn verstrekt, verbindt Uitlener zich:
(…)
b) De vertrouwelijke informatie niet te gebruiken voor enig ander doel dan de uitvoering van de Dienstverlening.
(…)
8.
Indien Inlener een overtreding door Uitlener en/of door Uitlener ingezette Inleenkrachten constateert van het gestelde in dit artikel verbeurt Uitlener een zonder rechterlijke tussenkomst onmiddellijk opeisbare boete van € 50.000,- per gebeurtenis en tevens € 5.000,- voor iedere dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt, een en ander onverminderd alle verdere rechten van Inlener waaronder dat op nakoming en/of ontbinding alsmede in plaats van de boete een vergoeding van de overigens werkelijk door haar geleden schade.”
2.4
In maart 2024 eindigt de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde].
2.5
In de loop van januari 2025 ontdekt [eiseres] op de website van [gedaagde] een afbeelding van een scheepsluik, welke afbeelding [naam] onder de inleenovereenkomst voor [eiseres] had ontworpen.
2.6
Bij mail van 23 januari 2025 sommeert [eiseres] [gedaagde] om deze afbeelding per direct te verwijderen van haar website en om de contractuele boete van € 50.000,- te betalen wegens schending van de geheimhoudingsverplichtingen uit artikel 15 van Pro de Algemene Voorwaarden.
2.7
Bij mail van 24 januari 2025 laat [gedaagde] aan [eiseres] weten dat zij de afbeelding van haar website heeft verwijderd. Op 28 januari 2025 reageert [gedaagde] inhoudelijk op de mail van [eiseres] van 23 januari 2025 en bestrijdt zij dat zij enige geheimhoudingsverplichting heeft geschonden en dat zij de contractuele boete verschuldigd is.
2.8
Partijen wisselen hierna nog verschillende mails uit waarin zij hun standpunten nader toelichten. Deze mails leiden niet tot overeenstemming.

3.Het geschil

3.1
[eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 50.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek, en te vermeerderen met een bedrag van € 1.275,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Aan deze vordering legt [eiseres] ten grondslag dat [gedaagde] de geheimhoudingsverplichtingen uit artikel 15 lid Pro 1, lid 4 en lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden heeft geschonden en daarom de boete uit lid 8 van dat artikel verschuldigd is.
3.2
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in haar werkelijke proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. [gedaagde] betwist dat zij enige geheimhoudingsverplichting heeft geschonden. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat de contractuele boete moet worden gematigd.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
Vast staat dat op de website van [gedaagde] een afbeelding heeft gestaan die [naam] onder de inleenovereenkomst voor [eiseres] had ontworpen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] over deze afbeelding het volgende toegelicht. [eiseres] had [naam] ingeleend om een standaardmodel te ontwerpen en ontwikkelen voor vier typen luiken: een aluminium luik mét ruit, een aluminium luik zónder ruit, een carbon luik mét ruit en een carbon luik zónder ruit. Voor het standaardmodel carbon luik zónder ruit had [naam] verschillende ‘renderings’ – met behulp van een computer gegenereerde eerste ontwerpen – gemaakt en aan [eiseres] voorgelegd. De afbeelding die op de website van [gedaagde] heeft gestaan – een ontwerp met een verdiept kruis in het deksel – was een van deze renderings. [eiseres] koos uiteindelijk voor een andere rendering. Die rendering zou worden doorontwikkeld tot het standaardmodel carbon luik zonder ruit. [eiseres] heeft dit alles niet (gemotiveerd) weersproken, zodat de rechtbank dit als vaststaand aanneemt.
4.2
In geschil is of [gedaagde] met de afbeelding die zij op haar website heeft geplaatst (een van) de geheimhoudingsverplichtingen uit artikel 15 lid Pro 1, lid 4 en/of lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden heeft geschonden. Om dit te kunnen beoordelen moeten deze bepalingen worden uitgelegd. Bij die uitleg is niet alleen de tekst van belang, maar ook de bedoeling die partijen met die bepalingen hebben gehad en wat zij over en weer van elkaar mochten begrijpen en verwachten. De rechtbank overweegt dat het hier gaat om bepalingen uit de Algemene Voorwaarden van [eiseres], waarover partijen – zo is niet in geschil – niet hebben overlegd of onderhandeld. Partijen hebben beiden ook enkel verwezen naar de tekst van de bepalingen en zij hebben geen concrete feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan de geheimhoudingsverplichtingen anders – ruimer of beperkter – moeten worden uitgelegd dan uit de letterlijke tekst volgt. Dat betekent dat de rechtbank bij de beoordeling of sprake is van een schending van (een van) de geheimhoudingsverplichtingen de tekst tot uitgangspunt zal nemen.
Geen schending van artikel 15 lid 1 of Pro lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden
4.3
Artikel 15 lid 1 van Pro de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de uitlener hetgeen haar bij de uitvoering van de dienstverlening ter kennis komt en waarvan zij het
vertrouwelijke karakterkent of redelijkerwijs kan vermoeden, op geen enkele wijze verder bekend mag maken. Lid 5 onder b van dit artikel verbiedt de uitlener
vertrouwelijke informatiete gebruiken voor enig ander doel dan de uitvoering van de dienstverlening. In beide gevallen ligt dus in de eerste plaats ter beoordeling voor of de afbeelding die op de website van [gedaagde] heeft gestaan, vertrouwelijke informatie bevat.
4.4
Voorop staat dat niet in geschil is dat uit de afbeelding geen technische informatie kan worden afgeleid over het luikontwerp dat daarop te zien is. [eiseres] stelt dat de afbeelding niettemin vertrouwelijke informatie bevat. Zij voert daartoe aan dat het luikontwerp op de afbeelding een uniek – en daarmee vertrouwelijk – design heeft, in het bijzonder wat betreft de scharnieren, de hendels en de vorm. [gedaagde] betwist dat sprake is van een vertrouwelijk design. Zij voert aan dat op [eiseres] eigen website een afbeelding staat van een ander door [naam] ontworpen carbon luik [1] , welk luik exact hetzelfde design heeft, ook qua scharnieren, hendels en vorm. Het enige verschil is volgens [gedaagde] dat dat luikontwerp op de website van [eiseres] een ruit in het deksel heeft, terwijl het luikontwerp dat op haar eigen website heeft gestaan in plaats daarvan een ondoorzichtig deksel met een verdiept kruis heeft. Volgens [gedaagde] stond de afbeelding van het luikontwerp met ruit al op de website van [eiseres], toen zij de afbeelding van het luikontwerp met het verdiepte kruis in het deksel op haar eigen website plaatste. Dit alles is vervolgens door [eiseres] niet (gemotiveerd) weersproken, zodat de rechtbank hiervan uitgaat.
4.5
Uit het voorgaande volgt dat het design van het luikontwerp dat [gedaagde] op haar website heeft geplaatst – op het verdiepte kruis in het deksel na – al openbaar beschikbaar was, namelijk via de website van [eiseres] zelf. Informatie die al openbaar te vinden en te raadplegen is, kan niet (meer) worden aangemerkt als vertrouwelijk en valt dus ook niet onder de reikwijdte van de geheimhoudingsverplichtingen van artikel 15 lid 1 en Pro lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden.
4.6
De vervolgvraag is of het verdiepte kruis in het deksel – het nog niet openbare designelement in de afbeelding – als vertrouwelijke informatie heeft te gelden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. [gedaagde] heeft aangevoerd dat sprake is van een ruw ontwerp waaruit geen technische details over het kruis kunnen worden afgeleid, zoals de afmetingen, de precieze locatie op het deksel of de afwerking. Dit maakt volgens [gedaagde] dat het voor derden, zoals concurrenten, niet mogelijk is om het kruis vanuit de afbeelding na te maken. [eiseres] heeft dit niet (gemotiveerd) weersproken en evenmin voldoende concreet gemaakt waarom het verdiepte kruis anderszins een vertrouwelijk karakter zou hebben en onder de geheimhoudingsbedingen uit artikel 15 lid 1 en Pro lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden zou vallen.
4.7
Het voorgaande betekent dat [gedaagde] artikel 15 lid 1 en Pro lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden niet heeft geschonden door de afbeelding van het luikontwerp met het verdiepte kruis in het deksel op haar website te plaatsen.
Wel een schending van lid 4 van artikel 15 van Pro de Algemene Voorwaarden
4.8
Artikel 15 lid 4 van Pro de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de uitlener de resultaten van de verrichte diensten in generlei vorm aan derden beschikbaar mag stellen. Ter beoordeling ligt dus voor of de afbeelding die op de website van [gedaagde] heeft gestaan, moet worden aangemerkt als een resultaat van (door [naam]) verrichte diensten.
4.9
De rechtbank is van oordeel dat de afbeelding wel als zodanig moet worden aangemerkt. Vast staat immers dat [naam] deze afbeelding onder de inleenovereenkomst en in het kader van het doel van die inleenovereenkomst – namelijk het opzetten van een luikenprogramma – voor [eiseres] heeft gemaakt. De enkele omstandigheid dat het ontwerp op de afbeelding niet is doorontwikkeld tot standaardmodel en ook anderszins nog niet in productie is genomen, maakt – anders dan [gedaagde] betoogt – niet dat de afbeelding geen resultaat is van de door [naam] verrichte diensten.
4.1
Door voornoemde afbeelding op haar website te plaatsen – en daarmee aan derden beschikbaar te stellen – heeft [gedaagde] dus artikel 15 lid 4 van Pro de Algemene Voorwaarden overtreden. [gedaagde] is daarom in beginsel de contractuele boete verschuldigd.
De boete wordt gematigd
4.11
[gedaagde] doet subsidiair een beroep op matiging van de boete. Op grond van artikel 6:94 BW Pro kan de rechtbank een bedongen boete op verlangen van een schuldenaar matigen indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, met dien verstande dat zij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet. De rechtbank is van oordeel dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de overeengekomen boete wordt gematigd. Daartoe is het volgende redengevend.
4.12.
Vast staat dat partijen niet hebben onderhandeld over het boetebeding. Het boetebeding is afkomstig van [eiseres] en de hoogte van de boete is eenzijdig door haar bepaald. Daarbij is geen onderscheid gemaakt naar de aard of omvang van de overtreding. De rechtbank stelt voorop dat [gedaagde] de afbeelding niet op haar website had mogen plaatsen zonder [eiseres] toestemming, niet alleen omdat zij daarmee artikel 15 lid 4 van Pro de Algemene Voorwaarden heeft geschonden, maar ook omdat het auteursrecht van de afbeelding op grond van artikel 12 van Pro diezelfde Algemene Voorwaarden bij [eiseres] ligt, zoals [eiseres] terecht heeft aangevoerd. Daar staat echter tegenover dat [gedaagde] met het plaatsen van die afbeelding op haar website geen vertrouwelijke informatie heeft geopenbaard (zoals hiervoor is geoordeeld), dat het is gebleven bij één afbeelding van een eerste ontwerp zonder technische details, dat [gedaagde] deze afbeelding direct heeft verwijderd toen zij daartoe werd gesommeerd en dat sindsdien geen andere overtredingen hebben plaatsgevonden. De overtreding is daarmee – gelet op haar aard en omvang – zeer beperkt geweest. Ook de gevolgen van de overtreding voor [eiseres] zijn zeer beperkt gebleven. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat het niet onwaarschijnlijk is dat zij opdrachten is misgelopen, maar zij heeft dit geenszins concreet gemaakt. Dit had, gelet op de betwisting van [gedaagde] en de aard en omvang van de overtreding, wel op haar weg gelegen. Niet gebleken is dan ook dat [eiseres] meer schade heeft geleden dan het bedrag dat zij in redelijkheid als vergoeding had kunnen vragen voor het gebruik van de afbeelding door [gedaagde] op haar website. Voor de hoogte van dat bedrag zal de rechtbank niet, zoals door [eiseres] is betoogd, aansluiting zoeken bij het bedrag dat [gedaagde] heeft ontvangen voor het gehele ontwerp- en ontwikkelproces van het standaardmodel carbon luik zonder ruit. Dat bedrag – meer dan € 16.000,00 – is naar het oordeel van de rechtbank geen marktconforme licentievergoeding, alleen al omdat de afbeelding maar een zeer klein onderdeel van het ontwerp- en ontwikkelproces was: het ontwerp is niet doorontwikkeld tot standaardmodel en er heeft één uur werk in gezeten op een proces van maanden, zo heeft [gedaagde] onweersproken aangevoerd. In navolging van vaste jurisprudentie zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de licentietarieven van Pictoright (voorheen: Stichting BeeldAnoniem). Bij een gebruik zoals hier aan de orde is geweest, gaat de tarievenlijst van Pictoright uit van een vergoeding van
€ 360,00. De gevorderde contractuele boete is daarmee dus vele malen hoger dan de werkelijke schade van [eiseres].
4.13.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, leidt toepassing van het boetebeding tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat. Gezien de aard van de overtreding en haar beperkte omvang en ernst, alsmede de hoogte van de werkelijk geleden schade zal de rechtbank de boete matigen tot het bedrag van de door [eiseres] werkelijk geleden schade. De rechtbank zal de vordering van [eiseres] dus toewijzen tot een bedrag van € 360,00.
De wettelijke rente wordt toegewezen
4.12
De rechtbank zal het toe te wijzen boetebedrag vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De door [eiseres] gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW is niet toewijsbaar. Art. 6:119a BW heeft namelijk alleen betrekking op de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst, zijnde de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van die overeenkomst. [2] De wettelijke handelsrente ziet dus niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe een dergelijke overeenkomst aanleiding kan geven, zoals onderhavige boete.
4.13
De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro zal, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf 25 januari 2025. [gedaagde] was toen al in verzuim met de betaling van de geldsom en heeft tegen deze ingangsdatum ook geen verweer gevoerd.
De buitengerechtelijke kosten
4.14
De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat zij aanspraak kan maken op een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Bij een toe te wijzen hoofdsom van
€ 360,00 bestaat op grond van de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten recht op een vergoeding van € 54,00. Dit bedrag zal dus worden toegewezen.
De proceskosten
4.15
[gedaagde] heeft verzocht [eiseres] te veroordelen tot betaling van haar werkelijke proceskosten. Daarvoor bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen grond. Niet is gebleken dat [eiseres] misbruik van procesrecht heeft gemaakt of anderszins onrechtmatig heeft gehandeld door de vordering in te stellen. Partijen zijn inhoudelijk over en weer gedeeltelijk in het ongelijk gesteld en hoewel de vordering van [eiseres] slechts voor een klein deel wordt toegewezen, heeft [eiseres] zich voor dat deel van haar vordering wel tot de rechtbank moeten wenden. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 360,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 25 januari 2025, tot de dag van volledige betaling;
5.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 54,00 aan buitengerechtelijke kosten;
5.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P. Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken op
20 mei 2026.

Voetnoten

1.Productie 4, conclusie van antwoord.
2.Vgl. HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1499.