Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
mr. B.F.L.M. Schim,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
- i) [verweerster 1] exploiteerde een recreatiestrand – […] – in de gemeente [vestigingsplaats] . [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ) is enig bestuurder van [verweerster 1] . [verweerster 2] is enig aandeelhoudster van [verweerster 1] . ABN AMRO heeft vanaf de jaren ’90 kredieten aan [verweerster 1] verstrekt.
- ii) [verweerster 1] heeft ABN AMRO gevraagd naar de mogelijkheden om de aankoop te financieren van het recreatiestrand, dat op dat moment werd gepacht. Op 19 juni 2007 is tussen [verweerster 1] en ABN AMRO een kredietovereenkomst tot stand gekomen. Naast het reeds gesloten krediet, bestaande in een rekening-courantkrediet en twee 10-jarige leningen, zijn leningen van € 650.000,-- en € 425.000,-- verstrekt, beide met een variabele rente, gebaseerd op het eenmaands Euribortarief (Euro interbank offered rate) plus een opslag van 1,35% per jaar. De looptijd van deze twee nieuwe leningen is tien jaar, van 1 oktober 2007 tot 1 oktober 2017.
- iii) In de kredietovereenkomst is onder andere bepaald:
OTC-derivaten (nieuw)
Beschrijving van het product
Art. 9.1 ABD bepaalt, voor zover hier van belang:
Kosten van voortijdige beëindiging
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4 oktober 2019.