ECLI:NL:RBOVE:2026:3069
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning sporthal en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 17 april 2024 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een sporthal. [Eisers] maakten bezwaar en stelden dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan, dat er ten onrechte geen stikstofberekening was gemaakt, en dat het college het fair play-beginsel en de hoorplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning terecht was verleend en dat het college niet in strijd had gehandeld met het fair play-beginsel of de hoorplicht. De rechtbank vond dat de stikstofberekening wel was uitgevoerd en dat de bezwaren onvoldoende concreet waren onderbouwd.
Daarnaast verzocht [eisers] om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de overschrijding gerechtvaardigd was door het procesgedrag van [eisers], die meerdere keren uitstel vroegen en pas kort voor de zitting aangaven niet te zullen verschijnen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, wees de schadevergoeding af en bepaalde dat [eisers] het griffierecht niet terugkrijgen en geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.