2.5.Het college heeft vervolgens het bestreden besluit genomen.
3. Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat de documenten die zijn opgesteld voor formele bestuurlijke besluitvorming met het wijzigingsbesluit van 29 april 2024 alsnog openbaar zijn gemaakt. Met betrekking tot het e-mailverkeer van 16 oktober 2023 en 7 november 2023 en de brief van Rijkswaterstaat Oost-Nederland van 5 december 2023 heeft het college overwogen dat het hier persoonlijke beleidsopvattingen betreft en de gelakte passages geen feitelijke informatie bevatten. Volgens het college moeten ambtenaren intern vrij met elkaar van gedachten kunnen wisselen om te komen tot een effectieve en zorgvuldige besluitvorming en uitvoering van beleid. Er is niet voor gekozen om de persoonlijke beleidsopvattingen te anonimiseren, omdat ze dan, vanwege de kleine kring van betrokkenen, nog steeds herleidbaar naar personen zouden zijn. Wat betreft het koopcontract uit 2010 is overwogen dat dit al eerder op grond van de Woo gedeeltelijk openbaar is gemaakt. De zwartgelakte delen in dit koopcontract gaan niet over de verkoop van de wateren of over informatie waarom [eiser] op grond van de Woo heeft verzocht. Volgens het college is alle correspondentie over de aankoop water Rijkswaterstaat met [eiser] gedeeld. Verder is in het bestreden besluit overwogen dat de informatie, waaruit zou blijken dat de overtreder de ligplaatsen bedrijfsmatig mag gebruiken, alsnog gedeeltelijk openbaar is gemaakt met het wijzigingsbesluit van 29 april 2024. Volgens het college heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat er documenten van meerdere ambtenaren en bestuurders ontbreken. In de documenten zijn de namen van de direct en indirect betrokken ambtenaren geanonimiseerd. Volgens het college is de zoekslag voldoende inzichtelijk gemaakt, heeft geen schifting van documenten plaatsgevonden en zijn bij dit Woo-verzoek vier inventarisatielijsten opgesteld.
4. Het college heeft de documenten waarvan hij openbaarmaking heeft geweigerd vertrouwelijk aan de rechtbank overgelegd. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb neemt alleen de rechtbank kennis van deze documenten.
5. Nu [eiser] zijn verzoek expliciet heeft beperkt tot de periode 1 januari 2022 tot 31 december 2023, volgt de rechtbank het college in het standpunt dat het koopcontract uit 2010 geen onderdeel uitmaakt van de reikwijdte van dit Woo-verzoek.
6. Voor zover [eiser] in deze procedure heeft gewezen op het ontbreken van documenten die later alsnog aan hem zijn verstrekt, volstaat de rechtbank met de constatering dat deze documenten alsnog openbaar zijn geworden.
De zoekslag en de opbrengst
7. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust.
Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht.
8. Het college heeft wat betreft het onderzoek in het verweerschrift toegelicht dat ruim is gezocht op de specifieke onderwerpen, omdat het Woo-verzoek ruim is geformuleerd. Het college heeft in het postsysteem JOIN van de gemeente Zwartewaterland gezocht op alle relevante informatie en daarbij specifiek gezocht op de termen 'Houseboat(s)’ en 'Rijkswaterstaat’. Verder is aan de relevante personen gevraagd om alle e-mail- en WhatsApp-verkeer met betrekking tot het betrokken onderwerp te verstrekken. Dit betreft het voltallige college, [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . Bij de aangedragen documenten is beoordeeld of de door [eiser] genoemde onderwerpen van toepassing waren. Er heeft uiteindelijk geen schifting van documenten plaatsgevonden.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hiermee voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag is uitgevoerd. Duidelijk is met welke termen, in welke systemen en bij welke personen is gezocht. Anders dan [eiser] heeft betoogd, volgt hieruit dat wethouder [naam 5] wel is bevraagd en dat op de term 'Rijkswaterstaat' is gezocht. Naar het oordeel van de rechtbank is het door het college uitgevoerde onderzoek naar aanleiding van het Woo-verzoek van [eiser] volledig. Nu het door het college uitgevoerde onderzoek naar aanleiding van het Woo-verzoek volledig is, komt de mededeling van het college dat er niet meer documenten onder hem berusten, de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Het is dan aan [eiser] om aannemelijk te maken dat er meer documenten onder het college berusten. Met de enkele stelling dat er WhatsApp-correspondentie van [naam 4] en [naam 3] moet zijn en dat een deel van de WhatsApp-correspondentie van [naam 1] ontbreekt, heeft [eiser] dat niet aannemelijk gemaakt. Zoals ook door het college is toegelicht, kan het zijn dat sommige ambtenaren er bewust voor kiezen niet via WhatsApp te communiceren. [eiser] heeft desgevraagd niet gespecificeerd welk document of welke documenten hij mist. Hij heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat er meer documenten onder het college berusten die vallen binnen de reikwijdte van het onderhavige Woo-verzoek. Dat [eiser] het onwaarschijnlijk acht dat er niet meer documenten met betrekking tot de aankoop van water van Rijkswaterstaat zijn, is hiertoe onvoldoende.
De toepassing van de uitzonderingsgronden
10. Niet in geschil is dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen de openbaarmaking van namen in de door het college aangetroffen stukken.
11. Volgens [eiser] moet openbaring van persoonlijke beleidsopvattingen plaatsvinden met het oog op een goede en democratische bestuursvoering en is de uitzonderingsgrond voor het niet openbaren van persoonlijke beleidsopvattingen ten onrechte toegepast in de correspondentie met externe partijen.